Boekgegevens
Titel: Beginselen der plantkunde: ten gebruike bij het onderwijs op de middelbare scholen
Auteur: Costerus, J.C.; Behrens, Wilhelm Julius
Uitgave: Amsterdam: M.M. Olivier, 1896
4e dr; 1e uitg.: 1881
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: P.B. 2709 : 4e dr
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204169
Onderwerp: Biologie: botanie: algemeen
Trefwoord: Plantkunde, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Beginselen der plantkunde: ten gebruike bij het onderwijs op de middelbare scholen
Vorige scan Volgende scanScanned page
De bloem.
71-
echter nidimentah-, d. i. gebrekkig ontwikkeld. Men kan
dit zien bij de later te vermelden Salie en bij de uit
Z. Amerika ingevoerde Calceolaria pin nat a.
Bij het onderzoek van meeldraden lette men vooral
op in welke richting het stuifmeel ontwijkt, nl. öf in de
richting van den stamper (binnenwaarts) öf in de tegen-
gestelde (naar buiten) öf zijdelings. Ook zal het opvallen
dat de helmknop nu eens met zijn basis (fig. 79 I), dan
weer met de rugzijde (fig. 78II) op den top van den helm-
draad bevestigd is. Van daar het onderscheid in dorsifixe
en basifixe helmknoppen. Ook de beweeglijkheid der
helmknoppen is in verschillende bloemen lang niet even
groot; van daar de onderscheiding in beweeglijke
en onbeweeglijke.
B. De stamper.
Het voornaamste deel van den stamper (fig. 83) is
het onderste deel, het vruchtbeginsel (/). "Wij
willen dit in de eerste plaats onderzoeken. Het vrucht-
beginsel vindt men in het midden der bloem; van alle
bloemdeelen is het 't langst levend daar het na het ver-