Boekgegevens
Titel: Beginselen der plantkunde: ten gebruike bij het onderwijs op de middelbare scholen
Auteur: Costerus, J.C.; Behrens, Wilhelm Julius
Uitgave: Amsterdam: M.M. Olivier, 1896
4e dr; 1e uitg.: 1881
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: P.B. 2709 : 4e dr
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204169
Onderwerp: Biologie: botanie: algemeen
Trefwoord: Plantkunde, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Beginselen der plantkunde: ten gebruike bij het onderwijs op de middelbare scholen
Vorige scan Volgende scanScanned page
De bloem.
67-
alterneeren en waarvan de buitenste afwisselt met den
binnensten krans der bloembekleedselen. Elke krans
telt dan natuurlijk evenveel meeldraden als bloembe-
kleedselen. Of de meeldraden vertoonen een aantal dat
in geenerlei betrekking staat tot het getal der bloem-
bekleedselen, in dit geval zijn zij in een spiraal geplaatst.
In plaats van hun getal op te geven, gebruikt men dan het
teeken oo . Slechts in weinige gevallen zijn er minder meel-
draden dan met het r/rondtal der bloemen overeenkomt.
Een geringer aantal dan het grondtal aanwijst komt
voor bij de Salie, de Sering, de Eereprijs, hetzelfde
aantal bij Weigelia (fig. 51), het Viooltje, het dubbel
bij Erica, oo bij Aardbezie, Boterbloem.
Xaar de plaatsing der meeldraden onderscheidt men
drie vormen van bloemen.
b\8
1) De bodemstandige
of thalamiflore (fig. 77 I).
Bij deze zijn de bloembe-
kleedselen, meeldraden en
stamper o n a f h a n k e 1 ij k van
elkaar op een vlakken of
kegelvormigen bloembodem
ingehecht.
2) De kelkstandige of calyciflore (fig. 77 II). In dit geval
is de bloembodem schotel- of urnvormig en staan de
meeldraden met de bloembekleedselen aan zijn rand. Daar
de grens tusschen bloembodem en kelk (resp. buitenste
perigonium-krans) van buiten niet te zien is, hield men
beide te zamen vroeger voor kelk; van daar nog de
naam „kelkstandig" die eigenlijk niet juist is.
3) De kroonstandige of corolliflore (fig. 77 III). Hier
zijn de meeldraden op de éénbladige bloemkroon inge-