Boekgegevens
Titel: Beginselen der plantkunde: ten gebruike bij het onderwijs op de middelbare scholen
Auteur: Costerus, J.C.; Behrens, Wilhelm Julius
Uitgave: Amsterdam: M.M. Olivier, 1896
4e dr; 1e uitg.: 1881
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: P.B. 2709 : 4e dr
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204169
Onderwerp: Biologie: botanie: algemeen
Trefwoord: Plantkunde, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Beginselen der plantkunde: ten gebruike bij het onderwijs op de middelbare scholen
Vorige scan Volgende scanScanned page
-64
De bloem.
-een weinig synimetrisdi, d. w. z. hare bloembladen zijn
wel eenigszins ongelijk van vorm en grootte, maar toch
niet in die mate om voor al die verscheidenheden afzon-
derlijke termen intevoeren. Zoo zijn de klokvormige
en andere bloemkronen wel eens een weinig onregelma-
tig, doordat een der slippen iets meer is uitgegroeid
dan de andere.
Voorbeelden van bloemkronen, die een weinig onre-
gelmatig zijn, leveren verscheidene schermdragende ge-
wassen, zooals de Scheerling, Venkel enz., de Eereprijs
(flg. 72); onregelmatig trechtervormig is de randbloem
der Korenbloem, onregelmatig klokvormig die van het
Vingerhoedskruid; laatstgenoemde kroon wordt evenwel
ook wel eenvoudig vingerhoedvormig genoemd.
De symmetrische bloemkronen in een meer beperkten
zin laten we thans volgen:
1) De lintvormige (fig. 71). Deze is geliik te stellen
met een 5-tallige vergroeidbladige kroon. Zij bestaat uit
een zeer kort buisje (r), dat aan ééne zijde in eenlint-
Fig. 71. Fig. 72. Fig. 73.
of tongvormig deel uitloopt. Dikwijls eindigt dit lintje
in 5 korte tandjes.
2) De tw^eelippige (fig. 73 en 74) heeft eveneens een
buis en een zoom. Laatstgenoemde verdeelt zich in twee