Boekgegevens
Titel: Beginselen der plantkunde: ten gebruike bij het onderwijs op de middelbare scholen
Auteur: Costerus, J.C.; Behrens, Wilhelm Julius
Uitgave: Amsterdam: M.M. Olivier, 1896
4e dr; 1e uitg.: 1881
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: P.B. 2709 : 4e dr
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204169
Onderwerp: Biologie: botanie: algemeen
Trefwoord: Plantkunde, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Beginselen der plantkunde: ten gebruike bij het onderwijs op de middelbare scholen
Vorige scan Volgende scanScanned page
Ranken en doornen.
49
1. Bladranken. Een bladrank is niets anders dan
een middennerf van een blad, met of zonder zijnerven,
waaromheen zich geen bladmoes heeft gevormd. Zij
heeft het vermogen zich, om de stengels van andere
planten enz. te slingeren, wanneer zij daarmede gedu-
rende haren groei in aanraking komt. Fig. 47 stelt een
rank voor aan het blad van de Erwt. Het blad is eigen-
lijk 6-jukkig oneven geveerd, de eerste beide jukken
zijn gewoon, maar de
blaadjes der vier overige,
waarvan het laatste on-
parig is, zijn rankvormig.
Bi] Latherussen en andere
vlinderbloemige gewassen
zijn bladranken gewone
verschijningen.
2^. Stengelranken.
Bij andere planten zijn het
daarentegen stengels, die
als ranken zijn uitgegroeid.
Onder de meest bekende
noemen wij die van den
wilden Wingerd (fig. 48,
d). Hier ontspringt zij aan
Fig- 47. den stengel (a) tegenover
het blad (h) ^'.ij is vertakt en draagt hier en daar
kleine schubbige blaadjes (c). Wanneer de uiteinden
dezer ranken met den muur in aanraking komen, groeien
zij tot schijfjes (f H) uit, die zich verwonderlijk stevig
') VoJgons den regel ontspringt een stengel uit den oksel van een blad;
bier evenwel en in enkele andere gevallen is de vertakking extra-axillair,
buiten de bladoksels om.
4