Boekgegevens
Titel: Beginselen der plantkunde: ten gebruike bij het onderwijs op de middelbare scholen
Auteur: Costerus, J.C.; Behrens, Wilhelm Julius
Uitgave: Amsterdam: M.M. Olivier, 1896
4e dr; 1e uitg.: 1881
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: P.B. 2709 : 4e dr
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204169
Onderwerp: Biologie: botanie: algemeen
Trefwoord: Plantkunde, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Beginselen der plantkunde: ten gebruike bij het onderwijs op de middelbare scholen
Vorige scan Volgende scanScanned page
44
I)e wortel.
onderzijde van een kurk bevestigt en deze op een derge-
lijke flesch als boven bedoeld werd, plaatst, evenwel met
dit onderscheid, dat er zoo weinig water in de flesch
is dat de wortels er ver boven blijven. Vochtige lucht
(niet water) is de gunstige omgeving voor de vorming
van wortelharen. Daarom komen zij bij landplanten zoo
veelvuldig voor, veel meer dan bij water- en moeras-
planten. Wortelharen zijn teer en
bly ven bij het uitrukken eener plant
lichtelijk in den bodem achter.
Voor de beschrijving van een
wortelstelsel bedient men zich van
de volgende termen:
a. Hoofd wortel. Overtreft deze
de zijwortels in dikte en stevigheid
belangrijk, dan noemt men hem
pen wortel. Deze kan raapvor-
mig (fig. 42 I) of kegelvormig
(fig. 42 H) zijn. Raapvormig is hij
bij i-adijs, kegelvormig bij de ge-
wone Peen.
h. Zij wortels. Deze zijn veze-
lig, zooals bij Grassen, dikveze-
1 i g, zooals bij Hyacinten en Leliën
(fig. 45), k n 01 a c h t i g als ze van boven gezwollen zijn,
aan den top gezwollen, wanneer zij aan het vrije
uiteinde dikker zijn, en rozekransvormig, wanneer
ze op verschillende hoogten, verdikt zijn (fig. 43).
Naar hunne geaardheid zijn de wortels kruidachtig
vleezig (Peen, Biet) of houtig (hard en droog, b.v.
onze boomen). Eerstgenoemde leven slechts één jaar,
vleezige wortels zijn kenmerkend voor tweejarige
Fig. 42.