Boekgegevens
Titel: Beginselen der plantkunde: ten gebruike bij het onderwijs op de middelbare scholen
Auteur: Costerus, J.C.; Behrens, Wilhelm Julius
Uitgave: Amsterdam: M.M. Olivier, 1896
4e dr; 1e uitg.: 1881
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: P.B. 2709 : 4e dr
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204169
Onderwerp: Biologie: botanie: algemeen
Trefwoord: Plantkunde, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Beginselen der plantkunde: ten gebruike bij het onderwijs op de middelbare scholen
Vorige scan Volgende scanScanned page
43 De loortel.

3". Zet men eenige zaden in vochtig zaagsel in een
zeef, dan li:omen weidra de Ivieraworteltjes aan de onder-
zijde te voorschijn. Plaats men nu de zeef een weinig
schuin, dan groeien de wortels weldra langs de onder-
zijde der zeef; zy worden dus tegen de richting der
zwaartekracht in, door de vochtigheid van het zaagsel
aangetrokken.
40. Plakt men
een klein stukje
papier (b.v. van 1
of IV2 niM. in 't
vierkant) schuin
. tegen de wortel-
spits aan, dan ver-
toont zich weldra
een kromming in
de groeistreek.
Deze kromming
kan zoo sterk toe-
nemen, dat de
spits een geheele
omwenteling, en
zelfs meer kan
maken (fig. 41).
Reeds op bl. 4
werd een middel
aan de hand gedaan om de wortelharen te laten zien.
Wij voegen er thans nog bij dat zij ook bij Tuinboonen
en andere grootere kiemplanten dan de toen genoemde
Tuinkers goed zichtbaar te maken zijn wanneer men
zeer jeugdige plantjes, die een wortel van 1 of 2 cen-
timeters bezitten, door middel van een speld aan de
Fiff. 41.