Boekgegevens
Titel: Beginselen der plantkunde: ten gebruike bij het onderwijs op de middelbare scholen
Auteur: Costerus, J.C.; Behrens, Wilhelm Julius
Uitgave: Amsterdam: M.M. Olivier, 1896
4e dr; 1e uitg.: 1881
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: P.B. 2709 : 4e dr
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204169
Onderwerp: Biologie: botanie: algemeen
Trefwoord: Plantkunde, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Beginselen der plantkunde: ten gebruike bij het onderwijs op de middelbare scholen
Vorige scan Volgende scanScanned page
40
De wortel.
-pi
.....
den wortel komen nooit bladeren of knoppen
voor; daardoor onderscheidt men hem licht van stengels.
Omgekeerd hebben de wortels een
eigenschap, die de stengel mist.
Eerstgenoemde dragen nm. aan hun
uiteinde een wortelkapje, dat
vooral bij wortels, die in de lucht
of in het water groeien, zeer duide-
lijk te zien is. Goede voorbeelden
hiervoor leveren o. a. het Eende-
kroos en de wortels, die uit Hya-
cinten-bollen (op water) te voor-
schijn komen.
Gelijk reeds vroeger werd meege-
deeld verschillen de Tweezaadlobbige
gewassen van de Eenzaadlobbige,
t\ —behalve in meer eigenschappen, ook
.i^lfe, door den groei van het kiemwor-
* teltje. Bij de Tweezaadlobbigen groeit
dit (fig. 1 en 34) tot den hoofd-
wortel uit, die zich bij denverde-
ren groei met zij wortels bedekt. Bij
de Eenzaadlobbigen daarentegen (fig.
40) ontwikkelt zich het kiemwor-
teltje slechts tijdelijk, om na verloop
van korten tijd, wederom af te
sterven, tegelijk met de zijwortels
die er uit ontstaan zijn. Alleen bij
Dadelpalmen, waaraan onze fig. 40
ontleend is, kan de hoofd wortel
eenige maanden blijven bestaan, bij alle andere Een-
zaadlobbigen sterft hij veel vroeger.

/
Fig. 40.