Boekgegevens
Titel: Beginselen der plantkunde: ten gebruike bij het onderwijs op de middelbare scholen
Auteur: Costerus, J.C.; Behrens, Wilhelm Julius
Uitgave: Amsterdam: M.M. Olivier, 1896
4e dr; 1e uitg.: 1881
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: P.B. 2709 : 4e dr
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204169
Onderwerp: Biologie: botanie: algemeen
Trefwoord: Plantkunde, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Beginselen der plantkunde: ten gebruike bij het onderwijs op de middelbare scholen
Vorige scan Volgende scanScanned page
De stengel.
37
Fig. .38*.
zich bij Crocus en Gladiolus als bruine ringen voordoen
en bij den aardappel als de zooeven genoemde oogen.
Ook uit knollen komen wortels te voorschijn.
De ontleding van den Crocus-knol is zeer aan te be-
velen als voorbeeld van een gerokten knol, vooral omdat
men dan gelegenheid heeft zich te overtuigen, dat de
knoppen reeds met
de bloemen en bla-
deren voorzien zijn,
die het volgende
voorjaar zullen uit-
komen. Een knol van
de gedaante van een
wortelstok, zeer ge-
schikt voor waarneming, is die van de Japansche An-
doorn, die vóór enkele jaren in ons land ingevoerd,
een plaats heeft gekregen onder onze wintergroenten
(fig. 38*).
c) De bol. Om een bol te leeren kennen, ontlede
men dien van de Tulp Men vindt dan na verwijde-
ring van een bruin hulsel (&) in hoofdzaak enkele (4 a 5)
vleezige schubben (s/j), die op een schijf (k) zijn inge-
hecht, en op het midden van deze een eindknop die zelf
weer uit de toekomstige groene bladeren en den bloem-
steel bestaat. In onze figuur 39 is de eindknop reeds
aan het uitgroeien. Bij voortgaande ontwikkeling komt
de bloem nog hooger te staan en ontplooien zich de
bladeren. Het hiervoor noodige voedsel wordt geleverd
door de schubben welke dientengevolge gaan verschrom-
') Tiilipa Gesneriana, in 1559 in Europa ingevoerd en in tal van verschei-
denheden gekweekt. Het is waarschijnlijk dat meer dan één soort tot dezen
groeten vormenrijkdom hebben meegewerkt.