Boekgegevens
Titel: Beginselen der plantkunde: ten gebruike bij het onderwijs op de middelbare scholen
Auteur: Costerus, J.C.; Behrens, Wilhelm Julius
Uitgave: Amsterdam: M.M. Olivier, 1896
4e dr; 1e uitg.: 1881
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: P.B. 2709 : 4e dr
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204169
Onderwerp: Biologie: botanie: algemeen
Trefwoord: Plantkunde, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Beginselen der plantkunde: ten gebruike bij het onderwijs op de middelbare scholen
Vorige scan Volgende scanScanned page
De stengel. 35
jaar opnieuw een stengel met bladen en bloemen omhoog
zendt. Dit onderaardsche deel nu is öf een wortel
(waarover later) öf een stengel. Al naar den vorm dien
deze onderaardsche stengel aanneemt, noemt men hem:
AVortelstok, Knol of Bol.
a). Wortelstok. Wanneer de onderaardsche sten-
gel een verlengde, min of meer rolronde gedaante heeft,
noemt men hem wortelstok of rhizoma (fig. 37).
Aan zijn top bevindt zich altijd een knop (d); laatst-
genoemde loopt in de lente tot een stengel uit, die
zich boven de oppervlakte der aarde verheft en met
loofbladeren en bloemen voorzien is. In den loop van
den zomer groeit de wortelstok verder uit om weer in
een knop te eindigen. Aan de oppervlakte van den
onderaardschen stengel komen schubbige bladeren voor,
die bij het wegrotten of afvallen duidelijk zichtbare
knoopen (a) achterlaten. Ook ontspringen uit den wor-
telstok in den regel talrijke wortels (ff). In het najaar
sterft de opgaande stengel geheel af, terwijl de onder-
aardsche overblijft. Een wortelstok kan zoodoende vele
jaren oud worden; zijn lengte is niettegenstaande zijn
voortdurenden groei toch beperkt, aangezien het oudste
uiteinde gaandeweg afsterft.
.Bij het onderzoek van wortelstokken (b.v. Lelietje