Boekgegevens
Titel: Beginselen der plantkunde: ten gebruike bij het onderwijs op de middelbare scholen
Auteur: Costerus, J.C.; Behrens, Wilhelm Julius
Uitgave: Amsterdam: M.M. Olivier, 1896
4e dr; 1e uitg.: 1881
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: P.B. 2709 : 4e dr
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204169
Onderwerp: Biologie: botanie: algemeen
Trefwoord: Plantkunde, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Beginselen der plantkunde: ten gebruike bij het onderwijs op de middelbare scholen
Vorige scan Volgende scanScanned page
Het blad. 30'
Om deze verschillen duidelijk in te zien, is het noo-
dig dat de leerhng eenige zaden late kiemen, b.v. die
van Gerst als voorbeeld eener éénzaadlobbige, en die
van een Erwt of Boon als voorbeelden eener tweezaad-
lobbige plant. Verder zoeke hij volwassen planten op,
om met behulp der gegeven tabel uit te maken, tot
welke der beide groepen zij moeten gebracht worden.
Ofschoon er behalve de genoemde nog bladeren met
andere eigenschappen worden aangetroffen, is het beter,
de beschouwing daarvan te beginnen, als wij nadere
bijzonderheden van stengel en wortel hebben leeren
kennen.
II. de stengel.
Wortel en stengel vormen gezamenlijk de aanhech-
tingsplaats voor de andere deelen der plant (bladeren,
bloemen, zijwortels enz.); wij noemen ze vereenigd de
as. De wortel draagt alleen de z^wortels en wordt de
afdalende as genoemd, de stengel draagt de bladeren,
en in de oksels van dezen de knoppen; men noemt hem
de opgaande as der plant. In 't algemeen groeit de
wortel in de richting van het middelpunt der aarde,
maar de stengel in omgekeerden zin. Dit geldt intus-
schen niet van alle soorten van stengels, in de eerste
plaats niet van de zijstengels die de bovenaardsche sten-
gel voortbrengt, en vervolgens niet van die welke onder
den grond groeien en onderaardsche stengels worden
genoemd. Betrouwbaarder kenmerken voor den stengel,
hetzij deze een bovenaardsche, hetzij hij een onder-
aardsche is, leveren de volgende eigenschappen.
1°. De eindknop, 2". de zijknoppen, 3°. de bladeren,
4". de knoopen, dat zijn de inhechting.splaatsen der bla-