Boekgegevens
Titel: Beginselen der plantkunde: ten gebruike bij het onderwijs op de middelbare scholen
Auteur: Costerus, J.C.; Behrens, Wilhelm Julius
Uitgave: Amsterdam: M.M. Olivier, 1896
4e dr; 1e uitg.: 1881
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: P.B. 2709 : 4e dr
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204169
Onderwerp: Biologie: botanie: algemeen
Trefwoord: Plantkunde, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Beginselen der plantkunde: ten gebruike bij het onderwijs op de middelbare scholen
Vorige scan Volgende scanScanned page
Het blad.
29'
dun zijn, ja zelfs geheel vliezig. Meestal is zij vliezig
en bevat dan natuurlijk geen of zeer weinig voedsel
voor de kiemende plant. In die gevallen vindt men dan
gewoonlijk in het zaad, maar buiten de kiem, een melig
lichaam, dat den naam „kiemwit" draagt en dat allengs
door de zaadlob ten bate van de kiemplant geledigd
wordt (fig. 35 a). De aard van het voedsel, 't zij dit
in de zaadlobben of wel in het kiemwit bevat is, ver-
toont verschillen. Zoo vindt men meel in de rijpe zaden
van erwten en boonen, suiker in onrijpe zaden b.v. van
doperwten, olie in koolzaad (raapolie, patent-olie) vlas
(lijnolie) Aardnoot of Curacaosche mangel (Delftsche
sla-olie). Hoogst opmerkelijk is het zeker dat de ge-
wassen, die maar in 't bezit van één zaadlob zijn, ook in
de levenstijdperken, die op dat der kieming volgen, zich
in 't oogloopend onderscheiden van die, welke met twee
zaadlobben kiemen. Vandaar de onderscheiding van een
groote afdeeling der planten in Eénzaadlobbige en Twee-
zaadlobbige gewassen. Daar het van veel belang is het
kenmerkende van beide groepen te weten, geven wij hier
de voornaamste punten van verschil op:
Z ladlobben
Wortel
Bladeren
Stengel
Bloomen
EENZAADLOBBIGEX
Eén
Uit het zaad ontstaan dadely k
een of meer bywortels, te''wijl
het kiemworteltje niet of slechts
in beperkte mate tot een hoofd-
wortel uitgroeit (fig. 40).
In den regel eenvoudig van
uiterlük, d. w. z. gaafrandig en
lang gerekt. Bovendien loopen
de nerven meestal of recht of
flauw gebogen.
Weinig of niet vertakt (fig. 36).
De deelen, die de bloem samen-
stellen, vertoonen meestal het
getal 3 of een veelvoud van 3.
TWEEZAADLOBBIGEN
Twee
Uit het zaad ontspringt één
hoofdwortel, een verdere ontwik-
kelingstoesLand van het kiem-
worteltje (fig. 34).
Meer samengesteld, d. w. z.
met diepe en oppervlakkige in-
snijdingen, minder verschil tus-
schen lengte en breedte. Meestal
veer- of handnervig.
Sterk vertakt.
De bloemen vertoonen in den
regel het getal 5 of 4 of een
veelvoud van 5 en 4.
») De zoogenaamde Genua sla-olie wordt verkregen door uitpersing van het
vruchtvleesch der Oiyf.