Boekgegevens
Titel: Beginselen der plantkunde: ten gebruike bij het onderwijs op de middelbare scholen
Auteur: Costerus, J.C.; Behrens, Wilhelm Julius
Uitgave: Amsterdam: M.M. Olivier, 1896
4e dr; 1e uitg.: 1881
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: P.B. 2709 : 4e dr
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204169
Onderwerp: Biologie: botanie: algemeen
Trefwoord: Plantkunde, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Beginselen der plantkunde: ten gebruike bij het onderwijs op de middelbare scholen
Vorige scan Volgende scanScanned page
26
Het blad. 26'
opgevouwen toestand bestaat, die over elkaar heen ge-
legen zijn en het grootste deel uitmaken van hetgeen
men knop noemt. Xeemt men nu een Crocus, een
Kastanje of een Beuk voor het onderzoek, dan zal men
bemerken, dat eerst eenige schubben — hiopschnhben —
moeten verwijderd worden, voordat de blaadjes zich
vertoonen. In verband hiermede verdeelt men de knop-
pen in naakte en bede kte knoppen. Eerstgenoemde
komen bij eenjarige, de andere bij de meeste meerjarige
planten voor. Figuur 32 geeft een voorstelling van den
toestand bij den Iep, bij d vindt men de
schubben voorgesteld, en bij öZ de bladeren.
Nu is het zeer aan te raden om den knop
van den Iep in den winter of nog liever
gedurende het uitloopen in de lente te
onderzoeken, wijl hij dan het grootst is.
Zeer fraai is de knop van den Paarde-
kastanje ingericht; de eigenlijke bladeren,
waarvan er één bij fig. 33 wordt voorge-
steld, zijn nog slechts met een korten steel
voorzien en de zeven blaadjes, die het hand-
vormige blad samenstellen, tegen elkaar
onze figuur zijn deze (het afgebeelde blad
vertoonde er maar zes!) een weinig uiteen gelegd, zoo-
dat men kan zien dat het reeds alle deelen bezit, die
het in den volgenden zomer zal vertoonen. Hoogst op-
merkelijk is het zeker dat alle blaadjes thans in een
zeer dichtharig kleed zijn gestoken, dat kennelijk dient
om de koude af te weren. Dit zelfde wordt bereikt
door de schubben; deze die oogenschijnüjk niet op
bladeren gelijken, zijn het niettemin, ook al weer om
de eenvoudige reden, dat zij volgens een zekere
Fig. 32.
gedrukt.
In