Boekgegevens
Titel: Beginselen der plantkunde: ten gebruike bij het onderwijs op de middelbare scholen
Auteur: Costerus, J.C.; Behrens, Wilhelm Julius
Uitgave: Amsterdam: M.M. Olivier, 1896
4e dr; 1e uitg.: 1881
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: P.B. 2709 : 4e dr
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204169
Onderwerp: Biologie: botanie: algemeen
Trefwoord: Plantkunde, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Beginselen der plantkunde: ten gebruike bij het onderwijs op de middelbare scholen
Vorige scan Volgende scanScanned page
Het blad. 25'
die we in de vorige bladzijden met eenige uitvoe-
righeid hebben besproken, met den bijzonderen naam
10 o f-bladeren hebben betiteld. Eenige andere soorten
van bladeren zullen nu worden opgesomd en beschreven,
2. Andere soorten tan bladeren.
Onder de bladvormen, die wij bij de behandeling der
loofbladeren leerden kennen, worden er verscheidene
gemist, die wij toch veel kans hebben in tuinen en
plantenkassen tegen te komen. Wij hebben hierbij het
oog op de vleezige bladen van Aloë's, Agave's, verschil-
lende soorten van Vetplanten enz. In tegenstelling tot die
sterk uitgezette vormen kan men ook bladeren vinden,
die niet veel meer zijn dan kleine, vliezige schubjes of
doorntjes. Het fraaie Asperge-groen, dat na het door-
schieten van den eetbaren onontwikkelden stengel in
sterk vertakte groene pluimen, op Asperge-bedden en
ook in het wild te vinden is, vertoont een voorbeeld van
het eerste, de vleezige Cactussen en aanverwanten voor-
beelden van het tweede geval. Waar de bladeren zoodanig
op den achtergrond treden dat zij hun gewone werking
niet meer kunnen uitoefenen, ziet men den stengel den
vorm van het blad aannemen. Wij zullen weldra zien,
hoe wij dergelijke „bladachtige" stengels ofphyllocladiën
van bladeren kunnen onderkennen.
Nog minder herkenbare vormen van bladeren zijn de
knopsclmbben en de zaadlobben. Om eerstgenoemde deelen
te leeren kennen, vergelijke men het uiteinde van een
éénjarigen stengel met dat van een boom of heester of
een andere meerjarige plant. Bij de éénjarige plant zal
men waarnemen dat het uiteinde uit eenige blaadjes in