Boekgegevens
Titel: Beginselen der plantkunde: ten gebruike bij het onderwijs op de middelbare scholen
Auteur: Costerus, J.C.; Behrens, Wilhelm Julius
Uitgave: Amsterdam: M.M. Olivier, 1896
4e dr; 1e uitg.: 1881
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: P.B. 2709 : 4e dr
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204169
Onderwerp: Biologie: botanie: algemeen
Trefwoord: Plantkunde, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Beginselen der plantkunde: ten gebruike bij het onderwijs op de middelbare scholen
Vorige scan Volgende scanScanned page
Het blad. 22'
in den teller, en dat wat het getal bladeren uitdrukt,
in den noemer, dan verkrijgt men een breuk, die den
bladstand kort en duidelijk uitdrukt. De breuk 2/. b.v.
geeft te kennen, dat men, om van een bepaald blad te
komen naar het eerste dat er juist boven ligt, tweemaal
om den stengel moet gaan en daarbij 5 bladeren ontmoet.
Bij deze bepalingen telt ook het bovenste blad zelf mee
(zie fig. 30, II). Bij fig. 30, I wordt de bladstand Vg voor-
gesteld; daar staat het 4® blad juist bpven het eerste.
Bij stengels, die krachtig in de lengte groeien en
waarbij de bladeren dus ver uit elkaar komen te staan,
heeft dikwijls een draaiing (wringing) plaats, waardoor
het zeer moeielijk wordt den juisten bladstand te ont-
dekken. A^'eel minder moeite bieden die planten aan
waar de bladeren dicht op elkaar zit£en en zoogenaamde
rozetten vormen, zooals b.v. bij de Weegbree. Wijl de
jongere, later gevormde en hoogere bladeren kleiner
zijn dan de lager zittende, en de lengte der bladeren
van onder naar boven regelmatig afneemt, behoeft men
hunne uiteinden slechts door een kromme lijn te verbin-
den, gelijk fig. 31, I aanwijst. Men zal nu weldra aan
een blad komen, dat in dezelfde richting wijst als dat
waar men de lijn heeft aangevangen. Telt men nu het
aantal keeren, dat men is rondgegaan om zoover te
komen, en daarbij het aantal bladeren (behalve het eerste),
dan heeft men de gegevens voor de breuk gevonden.
Fig. 31, II vertoont den bladstand % van de Weegbree,
fig. 31, I (%) dien van een ander gewas. Bij eerstge-
noemden stand liggen de bladeren 1, 9, 17, 25 enz.
boven elkander, en bij den anderen 1, 6, 11, 16 enz.
Yan 1—9 gaat de spiraal-lijn 3 maal en van 1—6 slechts
2 maal rondom den stengel.