Boekgegevens
Titel: Beginselen der plantkunde: ten gebruike bij het onderwijs op de middelbare scholen
Auteur: Costerus, J.C.; Behrens, Wilhelm Julius
Uitgave: Amsterdam: M.M. Olivier, 1896
4e dr; 1e uitg.: 1881
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: P.B. 2709 : 4e dr
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204169
Onderwerp: Biologie: botanie: algemeen
Trefwoord: Plantkunde, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Beginselen der plantkunde: ten gebruike bij het onderwijs op de middelbare scholen
Vorige scan Volgende scanScanned page
Het blad.
21'
Om den bladstand te leeren kennen, als de bladeren
verspreid zijn, gaat men op de volgende wijze te werk:
Wanneer men voor dat doel een tak met verspreide
bladeren neemt, dan doet men het best de verschillende
aanhechtingspunten dier deelen door een denkbeeldige
lijn te vereenigen. Deze lijn zal altyd spiraalvormig zijn,
dus hetzelfde beloop hebben als b.v. een kurketrekker
Fig. 29.
of een schroef. Kiest men nu van de aldus vereenigde
bladeren één uit, onverschillig welk, dan zal men be-
vinden, dat hooger aan den stengel een blad bevestigd
is, dat vlak boven dat eerste is geplaatst. Volgt men
de spiraalvormige lijn van het onderste naar dat hooger
gelegen blad, dan zal men 1, 2, 3, 4— enz. keer om
den stengel gaan en tevens een zeker aantal tusschen-
gelegen bladeren (b.v. 3, 4, 5.... 13....) ontmoeten.
Zet men nu het cijfer dat het aantal omgangen aanwijst