Boekgegevens
Titel: Beginselen der plantkunde: ten gebruike bij het onderwijs op de middelbare scholen
Auteur: Costerus, J.C.; Behrens, Wilhelm Julius
Uitgave: Amsterdam: M.M. Olivier, 1896
4e dr; 1e uitg.: 1881
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: P.B. 2709 : 4e dr
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204169
Onderwerp: Biologie: botanie: algemeen
Trefwoord: Plantkunde, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Beginselen der plantkunde: ten gebruike bij het onderwijs op de middelbare scholen
Vorige scan Volgende scanScanned page
20
Het blad
bladeren in dat geval verspreid (fig. 28, II). Ont-
springen daarentegen twee bladeren op dezelfde hoogte
aan den stengel, het eene rechts en het andere links,
dan noemt men ze overstaand (fig. 29 I). Zijn over-
staande bladeren zóó ingehecht, dat de opvolgende paren
(die dan op verschillende hoogten zitten) rechte hoeken
met elkaar maken, dan heeten ze k r u i s w ij s (fig. 28,1)
geplaatst. Krans wijs geordend zijn ze, wanneer drie
Fig. 28.
of meer op dezelfde hoogte rondom den stengel zitten
(flg. 29, II). Ook nu kunnen de bladeren van twee
opvolgende kransen juist boven elkaar staan, of wel
met elkander afwisselen. Wenscht men alleen uit te
drukken dat twee of meer bladeren op dezelfde hoogte
zitten, dan bedient men zich van den term tegen-
overgesteld.
') By het Lieve-vrouwen-bedstroo of Meikruid, waarop de afbeelding betrek-
king heeft, zyn slechts twee van de zes deelen van een krans bladeren, daar
alleen in hunne oksels knoppen ontstaan, de andere zyn steunblaadjes. Betere
voorbeelden leveren de Oleander en de Lidsteng.