Boekgegevens
Titel: Beginselen der plantkunde: ten gebruike bij het onderwijs op de middelbare scholen
Auteur: Costerus, J.C.; Behrens, Wilhelm Julius
Uitgave: Amsterdam: M.M. Olivier, 1896
4e dr; 1e uitg.: 1881
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: P.B. 2709 : 4e dr
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204169
Onderwerp: Biologie: botanie: algemeen
Trefwoord: Plantkunde, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Beginselen der plantkunde: ten gebruike bij het onderwijs op de middelbare scholen
Vorige scan Volgende scanScanned page
Het blad.
15'
de eigenaardige vleugels vertoont, die zoo kenmerkend
zijn voor onze Oranjes. Ook bij de Berberis vindt men
bladeren, die als éénbladig geveerde te beschouwen zijn.
Men vindt er evenals aan de zooeven genoemde een
insnijding aan tusschen den bladsteel en het blaadje. "■)
Als de blaadjes van een geveerd blad zelf geveerd
zijn, noemt men het geheele blad dubbel-geveerd.
Men spreekt dan van blaadjes der 1® en 2® orde (fig. 25).
Zijn niet alleen de blaadjes der 1®, maar ook die der
2® orde geveerd, dan heet het geheel een drievou-
dig geveerd blad.
Bij een handvormig blad heeft men
alleen maar te letten op het getal
blaadjes. Wil men b.v. een blad van
den Paarden-kastanje beschrijven, dan
zegt men: het is z e v e n-t a 11 i g (fig.
21, I). Zoo zijn er ook 2-, 3-, 4- en
nog meertallige. Is elk der blaadjes zelf
weer handvormig, dan noemt men het
geheele blad d u b b e 1-d r i e t a 11 i g,
d u b b e 1-v ij ft a 11 i g enz.
Het onderscheid tusschen driebladig-geveerde en drie-
tallige bladeren is niet altijd gemakkelijk te zien; in
twijfelachtige gevallen zoekt men, welke bladvorm het
meest voorkomt in de plantenfamilie, waartoe het blad
in quaestie behoort.
Tusschen geveerde en handvormige bladeren staan
de voet-vormige. Bij deze draagt de algemeene blad-
steel een eindblaadje, maar de overige blaadjes staan
') In plaats van in een blaadje, kan de algemeene bladsteel ook wel eindigen
in oen rank. zooals bij wikke, ook in een uitstekende punt en zelfs zich blad-
achtig verbreeden, zoodat het dan geheel den schijn heeft of er een eindblaadje
aanwezig is.
Fig. 25.