Boekgegevens
Titel: Beginselen der plantkunde: ten gebruike bij het onderwijs op de middelbare scholen
Auteur: Costerus, J.C.; Behrens, Wilhelm Julius
Uitgave: Amsterdam: M.M. Olivier, 1896
4e dr; 1e uitg.: 1881
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: P.B. 2709 : 4e dr
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204169
Onderwerp: Biologie: botanie: algemeen
Trefwoord: Plantkunde, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Beginselen der plantkunde: ten gebruike bij het onderwijs op de middelbare scholen
Vorige scan Volgende scanScanned page
302 Phanerogamen.
Is de onderstelling betreffende hare overeenkomst
met het s prothallium der Vaatcryptogamen juist, dan
zijn zij ook gelijk te stellen met het endosperm der
Gymnospermen. Men heeft hier wel zeer op te letten,
omdat het voedsel bevattende weefsel, dat zich nä de
bevruchting binnen in den embryo-zak dikwijls ontwik-
kelt, met denzelfden naam 'endosperm wordt aange-
duid, hoewel zijn ontstaan met de antipoden niets te
maken heeft.
De embryozak komt natuurlijk met de macrospore
overeen en de zaadknoppen met de macrosporangiën.
Laatstgenoemde deelen zijn meestal met een dubbel
vlies omgeven en bovendien ingesloten door bladachtige
organen (vruchtbladen), die gesloten stampers vormen.
De volwassen kiem (embryo) blijft tot de kieming
binnen de tot zaadhuiden uitgegroeide vliezen besloten
en vormt daarmede het zaad.
De bladeren die de micro- en macrosporangiën voort-
brengen (m. a. w. de meeldraden en de stampers), zijn
meestal omringd door een of meer kransen van bladen,
die zich door kleur en gedaante van de loofbladen
onderscheiden. Men noemt ze bloembekleed-
selen.
De beide tot de Angiospermen behoorende typen,
de Monocotyledonen, en Dicotyledonen, behoeven hier
niet nader te worden beschreven, het grootste gedeelte
van het leerboekje is er aan gewijd. Van alle planten
staan zij het hoogst, wijl zij den meest samengestelden
bouw bezitten. In rijkdom aan verschillende soorten,
geslachten en familiën overtreffen zij alle andere klas-
sen van het plantenrijk. Zoo is het thans; vroeger
stonden de Angiospermen niet op dien trap van ont-