Boekgegevens
Titel: Beginselen der plantkunde: ten gebruike bij het onderwijs op de middelbare scholen
Auteur: Costerus, J.C.; Behrens, Wilhelm Julius
Uitgave: Amsterdam: M.M. Olivier, 1896
4e dr; 1e uitg.: 1881
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: P.B. 2709 : 4e dr
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204169
Onderwerp: Biologie: botanie: algemeen
Trefwoord: Plantkunde, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Beginselen der plantkunde: ten gebruike bij het onderwijs op de middelbare scholen
Vorige scan Volgende scanScanned page
12
Het blad. 12'
De leerling drukke in eigen bewoordingen uit, hoe de
genoemde insnijdingen te onderscheiden zijn.
Diepe insnijdingen. Daarvan onder-
scheidt men vier graden: 1°. gelobd (flg.
20), de insnijding komt niet tot de helft
der nerven, die zij scheidt, 2°. gesple-
ten (fig. 22), de insnijding bereikt juist de
helft der nerven, 3«. gedeeld (fig. 23),
de insnijding gaat voorbij de helft der ner-
ven, 4°. samengesteld (fig. 21), de
insnijding is zóó diep, dat elke nerf met
het omringende bladmoes een afzonderlijk
Fig. 19. blaadje vormt. Nu kan een gelobd blad
veer lobbig of handlobbig (fig. 20) zijn, een ge-
spleten veer- (fig. 18) en handspletig (fig. 22), een
gedeeld veerdeelig (fig. 23) en handdeelig, een
samengesteld geveêrd (fig. 21, II) of handvormig
(fig. 21, I).
Wat de beteekenis der beide voorvoegsels is, blijkt
voldoende uit de figuren; ook zal het onnoodig zijn te
verklaren waarom recht- en kromnervige bladeren niet
diep ingesneden kunnen zijn.
.....a
1 " II
Fig. 20. Fig. 21.
De beschrijving der samengestelde bladeren verdient
bijzondere opmerking. Letten wij op fig. 21, II, waar