Boekgegevens
Titel: Beginselen der plantkunde: ten gebruike bij het onderwijs op de middelbare scholen
Auteur: Costerus, J.C.; Behrens, Wilhelm Julius
Uitgave: Amsterdam: M.M. Olivier, 1896
4e dr; 1e uitg.: 1881
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: P.B. 2709 : 4e dr
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204169
Onderwerp: Biologie: botanie: algemeen
Trefwoord: Plantkunde, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Beginselen der plantkunde: ten gebruike bij het onderwijs op de middelbare scholen
Vorige scan Volgende scanScanned page
288
Cryi)togamen.
rocarpium. Bladeren in den knoptoestand spiraalvormig
(fig. 191).
Teedere land- of moerasplanten; twee geslachten:
in Europa Pilularia (bladen draadvormig, spits, voor-
naamste soort P. globulifera, fig. 190), en ook buiten
Europa Marsilia (bladen viertallig, fig. 191), voornaamste
soort M. quadrifolia.
3® Klasse. Paardestaarten {Equisetineeën).
De Paardestaarten onder-
scheiden zich van alle an-
dere Vaatcryptogamen door
den zonderlingen bouw der
2® of sporendragende gene-
ratie. Deze bestaat (fig. 192,
I) uit een aantal in elkaar
geschoven deelen, die onge-
veer als de deelen van een
half uitgetrokken vei'i'ekijker
in elkaar passen. De loof-
bladen zijn zeer klein, zy
hangen voor het grootste ^
gedeelte samen (ö) en vormen
zoo een scheede of koker,
die het onderste stuk van
het hooger volgende stengel-
F'b- 192. lid omvat. De stengel is ge-
woonlijk rijk vertakt, waarby de takken in verband
met den bladstand kransvormig geplaatst zijn. Intus-
schen ontspringen zij aan den voet der scheede en
afwisselend met hare spitse uiteinden, die wij de
loofbladen noemden. Verder bevat de stengel veel kiezel-