Boekgegevens
Titel: Beginselen der plantkunde: ten gebruike bij het onderwijs op de middelbare scholen
Auteur: Costerus, J.C.; Behrens, Wilhelm Julius
Uitgave: Amsterdam: M.M. Olivier, 1896
4e dr; 1e uitg.: 1881
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: P.B. 2709 : 4e dr
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204169
Onderwerp: Biologie: botanie: algemeen
Trefwoord: Plantkunde, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Beginselen der plantkunde: ten gebruike bij het onderwijs op de middelbare scholen
Vorige scan Volgende scanScanned page

Eet blad.
een borstel te verwijderen.^) Men noemt de dikste dee-
len van dit geraamte de nerven, de dunne aderen.
Een blad (of eigenlijk bladschijf) is handnervig (fig.
12), wanneer de nerven uit den voet der schijf ontsprin-
gen en van daar recht voortloopen, kromnervig
Fig. 11. Fig. 12.
(fig. 14), als ze eveneens uit den voet ontspringen, maar
zich weer naar den top toebuigen, recht- of even-
wij dign er vig, gelijk bij de Grassen, wanneer ze ahen
evenwijdig aan elkaar, top en voet vereenigen, en
veernervig (fig. 13), wanneer één nerf van den voet
naar den top loopt (hoofdnerl) en
daaruit aan weerszijden zwakkere
nerven ontspringen (zijnerven).
Ook het verloop der aderen
levert verschil op, dat kenmer-
kend is voor bepaalde planten;
het aderstelsel is gewoonlijk zóó
ingericht, dat daardoor de stevig-
heid van het blad aanzienlijk vermeerderd en de rand
tegen inscheuren behoed wordt.
Fig. 13.
Fig. U.
') Een natuurlyk bladskelet komt voor bij Ouvirandra fenestrata, een water-
plant op Madagascar. in welker bladeren het bladmoes geheel ontbreekt.