Boekgegevens
Titel: Beginselen der plantkunde: ten gebruike bij het onderwijs op de middelbare scholen
Auteur: Costerus, J.C.; Behrens, Wilhelm Julius
Uitgave: Amsterdam: M.M. Olivier, 1896
4e dr; 1e uitg.: 1881
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: P.B. 2709 : 4e dr
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204169
Onderwerp: Biologie: botanie: algemeen
Trefwoord: Plantkunde, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Beginselen der plantkunde: ten gebruike bij het onderwijs op de middelbare scholen
Vorige scan Volgende scanScanned page
Cryptogcmien.
279
Fig. 183.
nauwelijks te onderscheiden. Toch draagt zij altijd de
geslachtswerktuigen, door welker toedoen de generatie
h ontstaat. Deze is altijd groot en wordt de eigenlijke
plant genoemd. Maar evenals het sporogonium der
mossen, waarmede zij overeenkomt, brengen zij sporen
langs geslachtsloozen weg voort. Om een denkbeeld te
geven van hetgeen men hier de generatie a noemt,
wijzen wij op fig. 183, die
het zoogenoemde prothal-
lium van een varen 30
maal vergroot voorstelt.
Het prothallium vertoont
zich als een vlak uitge-
spreid blaadje, dat min of
meer niervormig is. Door
middel van haarwortels zit
het in de aarde bevestigd. Op de
onderzijde tusschen de genoemde
haarwortels zitten de antheridiën
en archegoniën, 't zij op hetzelfde
plantje bij elkaar, 't zij over twee
individuen verdeeld.
Ofschoon de bouw van het an-
theridium verschillen oplevert, wil-
len wij den meest voorkomenden
vorm als voorbeeld beschrijven.
Volgens fig. 184 bestaat het uit
de wandcellen a en de dekcel bij
h (in de figuur niet meer zicht-
baar), benevens als inhoud een celweefsel, w^aaruit zich
de spermatozoïden zullen vormen. Bij volkomen rijpheid
wordt de dekcel door een spleet geopend, waardoor de
Fig. 18i.