Boekgegevens
Titel: Beginselen der plantkunde: ten gebruike bij het onderwijs op de middelbare scholen
Auteur: Costerus, J.C.; Behrens, Wilhelm Julius
Uitgave: Amsterdam: M.M. Olivier, 1896
4e dr; 1e uitg.: 1881
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: P.B. 2709 : 4e dr
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204169
Onderwerp: Biologie: botanie: algemeen
Trefwoord: Plantkunde, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Beginselen der plantkunde: ten gebruike bij het onderwijs op de middelbare scholen
Vorige scan Volgende scanScanned page
276 Cryi)togamen.
2® klasse: Bladmossen {Mtisci).
De voorkiem (protonema) is groot, zij bestaat uit
sterk vertakte groene draden. De eigenlijke mosplant
vertoont altijd een duidelijke verdeeling in stengel en
bladen; maar laatstgenoemde zijn nog zeer eenvoudig,
zij zijn zittend en hebben slechts een hoofdnerf, terwijl
zij dikwijls maar één cellenlaag dik zijn. Het sporogo-
nium bestaat in de meeste gevallen uit steel en capsel.
Wat in het algemeen overzicht over muts, deksel en
mondbeslag gezegd is, laat zich bij de meeste Blad-
mossen gemakkelijk vertoonen; slechts zelden opent zich
de capsel door vier spleten en nog zeldzamer blijft zij
geheel gesloten, zoodat alleen verrotting van den cap-
selwand de sporen in vrijheid kan stellen. Terwijl spring-
draden altijd afwezig zijn, is een zuiltje steeds voorhan-
den. Men onderscheidt de volgende vier onderklassen:
1® onderklasse: Veen- (turf-) mossen (Sphagnaceeën).
Het huikje wordt niet in den vorm van een mutsje opge-
tild, maar onregelmatig open gescheurd. Capsel zonder
eigenlijken steel, maar gedragen door een verlengd sten-
geldeel, dat onder het archegonium staat. De capsel opent
zich met een deksel. De voorkiem is niet draderig, maar
heeft de gedaante van een min of meer gewelfden thallus.
De veenmossen trekken de aandacht door hare eigenaar-
dige geelgroene, geelachtige of roode kleur, benevens door
de groote hoeveelheid vocht, die zij in haar weefsel vast-
houden. In ons land zijn grootere en kleinere uitgestrekt-
heden gronds (de Peel, verscheiden streken in Drente
enz.) met deze plant bedekt, die van onder afstervende,
van boven steeds aangroeit en zoo in korten tijd aan-
zienlijke bouwstoffen levert voor de losse turf. Bekende