Boekgegevens
Titel: Beginselen der plantkunde: ten gebruike bij het onderwijs op de middelbare scholen
Auteur: Costerus, J.C.; Behrens, Wilhelm Julius
Uitgave: Amsterdam: M.M. Olivier, 1896
4e dr; 1e uitg.: 1881
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: P.B. 2709 : 4e dr
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204169
Onderwerp: Biologie: botanie: algemeen
Trefwoord: Plantkunde, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Beginselen der plantkunde: ten gebruike bij het onderwijs op de middelbare scholen
Vorige scan Volgende scanScanned page
270 Cryi)togamen.
dus hooger dan de leden van II. Ook in anatomischen
bouw verschillen de drie afdeelingen, want terwijl een
Thallophyt alleen uit cellen bestaat, vertoont een lid van
de Ille afdeeling ook vaten, d. w. z. reeksen van cellen,
wier scheidswanden zijn weggevallen. Vereenigingen van
cellen en vaten geven „vaatbundels" of taaie strengen,
die onder den naam „nerven" in de bladschijf te zien
zijn en vandaar in den stengel afloopen. Bij afdeeling II
is .slechts een aanduiding dier vaatbundels aanwezig.
Wij komen zoo tot de volgende verdeeling, die nagenoeg
dezelfde is als de vroeger medegedeelde (p. 214):
Stelsel der Cryptogamen.
Afdeehng I. Thallophyten of Loofplanten.
Klasse 1. Algen of Wieren.
Klasse 2. Fungi of Zwammen (incl. Lichenen of
Korstmossen).
Afdeeling 11. Bryophyten of Mosachtige planten.
Klasse 1. Hepaticae of Levermossen.
Klasse 2. Musci of Bladmossen.
Afdeeling III. Vaatcryptogamen.
Klasse 1. Filicineeën of Varens.
Klasse 2. Rhizocarpeeën of Watervarens ')•
Klasse 3. Equisetineeën of Paardestaarten.
Klasse 4. Lycopodineeën.
Alvorens tot de beschouwing van de groepen II en
III over te gaan, stellen wij voorop dat de geslachts-
werktuigen bij de te behandelen planten worden aange-
duid met de namen: antheridium {<?) en arche-
-- /
') Deze klasse wordt dikwijls met de vorige vereenigd; er blyven in dat
geval natuurlijk maar drie klassen.