Boekgegevens
Titel: Beginselen der plantkunde: ten gebruike bij het onderwijs op de middelbare scholen
Auteur: Costerus, J.C.; Behrens, Wilhelm Julius
Uitgave: Amsterdam: M.M. Olivier, 1896
4e dr; 1e uitg.: 1881
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: P.B. 2709 : 4e dr
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204169
Onderwerp: Biologie: botanie: algemeen
Trefwoord: Plantkunde, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Beginselen der plantkunde: ten gebruike bij het onderwijs op de middelbare scholen
Vorige scan Volgende scanScanned page
267 Opneming van organisch voedsel.
pepsine pas aanvangt, wanneer de klieren eerst geprik-
keld zijn. Om het zuur te produceeren is een prikkel
door allerlei, zelfs anorganische, stoffen voor den maag-
wand een vereischte, maar zullen de lebklieren maagsap
afzonderen, dan dient vooraf eenige oi^anische stikstof-
houdende stof te worden opgeslorpt.
De hier kortelijk beschreven werkingen der inlandsche
Drosera-soorten vertoonen zich in hoofdzaak op dezelfde
wijze aan leden van dit geslacht, dié in Australië,
Indië, het Kaapland en Amerika voorkomen. Een ander
geslacht derzelfde familie leeft in N. Amerika (Oostelijk
deel van N. Carolina) en wordt vertegenwoordigd door
slechts ééne soort, Dionaea muscipula, het Vliegenvan-
gertje. Het wordt in kassen veelvuldig gekweekt ter
wille van de gemakkelijkheid, waarmee de beide helften
der bladschijf door aanraking tegen elkaar kleppen,
waardoor insectjes, die den prikkel veroorzaakten, wor-
den gevangen. Ook hier heeft men afscheiding van
verterende vochten en opslorping van het verteerde
wetenschappelijk vastgesteld. Behalve de genoemde
behooren nog 4 andere geslachten tot de familie der
Droseraceeën, waarvan de leden eveneens Insecten-
etend zijn.
Nog andere planten behooren tot de Insectivore. On-
der onze inlandsche zijn het de soorten van Utricularia,
die met haar onder water drijvende blaasjes kleine
schaaldiertjes en insectjes vangen, alsmede het Vetkruid
of Pinguicula. In O. Indië zijn het de Bekerplanten van
het geslacht Nepenthes, in Nieuw Holland die van
Cephalotus, in Oostelijk N. Amerika de leden van het
genus Sarracenia, die met hun uitgeholde bekervormige
bladeren Insecten aanlokken en daarna verslinden.