Boekgegevens
Titel: Beginselen der plantkunde: ten gebruike bij het onderwijs op de middelbare scholen
Auteur: Costerus, J.C.; Behrens, Wilhelm Julius
Uitgave: Amsterdam: M.M. Olivier, 1896
4e dr; 1e uitg.: 1881
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: P.B. 2709 : 4e dr
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204169
Onderwerp: Biologie: botanie: algemeen
Trefwoord: Plantkunde, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Beginselen der plantkunde: ten gebruike bij het onderwijs op de middelbare scholen
Vorige scan Volgende scanScanned page
264
Opneming van organisch voedsel.
en dergelijke voorkomen, dus in veenstreken en op voch-
tige heidegronden. Van de vrij talrijke soorten van
Insecten-etende planten, die over de geheele wereld
verspreid voorkomen, willen wij ons uitvoerig bezig
houden met den Zonnedauw (Drosera), waarvan in ons
vaderland drie soorten, D. rotundifolia, D. intermedia
en D. longifolia, voorkomen. De gewoonste is D. rotun-
difolia, van de beide andere onderscheidt zij zich door
de nagenoeg ronde
bladen. Het eenvou-
dige plantje bestaat
uit een stuk of zes
gesteelde wortelbla-
den, uit wier midden
in den zomer een vrij
lange tengere bloem-
steel oprijst. De wor-
tels zijn van uiterst
geringe ontwikke-
ling. De geheele opper-
vlakte (fig. 179) der
bladschijf is bedekt
met een paar hon-
derd klierdragende
steeltjes, die men ten-
takels (eig. tasters)
noemt. De tentakels, die op het midden der schijf
staan, hebben een korten steel, maar naar den omtrek
toe wordt deze steeds langer. Elke klier is omgeven
door een doorzichtigen droppel van een bijzonder kle-
verig vocht; de gelijkenis op dauwdroppels, blinkende
in de zon, zal wel de aanleiding geweest zijn tot den naam
l-'ig. 1