Boekgegevens
Titel: Beginselen der plantkunde: ten gebruike bij het onderwijs op de middelbare scholen
Auteur: Costerus, J.C.; Behrens, Wilhelm Julius
Uitgave: Amsterdam: M.M. Olivier, 1896
4e dr; 1e uitg.: 1881
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: P.B. 2709 : 4e dr
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204169
Onderwerp: Biologie: botanie: algemeen
Trefwoord: Plantkunde, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Beginselen der plantkunde: ten gebruike bij het onderwijs op de middelbare scholen
Vorige scan Volgende scanScanned page
Het blad. 27'
uit bladscheede, bladsteel en bladscliijf bestaat. Van de
nu (en ook later) verzamelde bladeren droogt hij de
beste exemplaren, door ze in een toegeslagen vel filtreer-
papier of gewoon geel stroopapier te leggen en gedurende
een uur of tien daar tusschen licht te drukken. Daarna
worden de bladeren in droge vellen van hetzelfde papier
overgebracht en hierin met zorg uitgespreid, zoodat alle
vouwen en plooien er uit verdwijnen. Is dit geschied,
dan slaat men het papier toe en drukt het thans met
een aanzienlijken last zoolang, totdat de bladeren hun
vocht geheel hebben verloren. Hierna worden de bla-
deren op wit papier bevestigd en kortelijk beschreven.
Wij willen nu het voornaamste onderdeel van het
blad wat nader beschouwen, nm.

Fig. 4.
Fig. 5.
Fig. 5'.
Fig. 6.
De bi ad schijf De verschillende vormen., die deze
kan vertoonen, laten zich tot vier groepen brengen:
1». De grootste breedte d e ligt in het midden (flg. 4).
2°. De grootste breedte ligt onder het midden (flg. 5).
3°. De grootste breedte ligt boven het midden (fig. 5*).
4°. De breedte is over een groot deel der lengte ge-
lijk b.v. bij grasbladen (flg. 3).
Bij 1°. (grootste breedte in het midden) onderschei-
den wij: cirkelrond (breedte = lengte), ovaal