Boekgegevens
Titel: Beginselen der plantkunde: ten gebruike bij het onderwijs op de middelbare scholen
Auteur: Costerus, J.C.; Behrens, Wilhelm Julius
Uitgave: Amsterdam: M.M. Olivier, 1896
4e dr; 1e uitg.: 1881
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: P.B. 2709 : 4e dr
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204169
Onderwerp: Biologie: botanie: algemeen
Trefwoord: Plantkunde, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Beginselen der plantkunde: ten gebruike bij het onderwijs op de middelbare scholen
Vorige scan Volgende scanScanned page
Vorming der voedingsstoffen. 236^
Ofschoon er bij herhaling reeds op gewezen is, dat
de zetmeel-vorming in de groene bladeren alleen onder
een invloed van het licht plaats grijpt, willen wij er met
nadruk op wijzen dat hier niet bepaald aan zonlicht
behoeft gedacht te worden. Ook uit andere bronnen dan
de zon kan licht vloeien dat geschikt is om het proces
te doen plaats hebben. Zoo heeft men met gashcht,
de oxyhydrogeenvlam en in den laatsten tijd met het
electrisch licht resultaten verkregen, die leeren dat, al
is het in veel geringer mate, ook onder hun invloed
nieuw voedsel voor de plant kan worden gevormd.
Hieruit blijkt tevens, dat de intensiteit een factor is,
die in 't algemeen gezegd grooter wordende, ook vermeer-
derde COa-ontleding tengevolge heeft. Toch is voor
verscheidene planten, zooals Mossen, Bamboe, Atriplex
een grens bekend, waarboven de lichtsterkte niet zonder
nadeel kan stijgen. Daarbij komen alle lichtsoorten
hierin overeen dat de roode stralen die men bij de ont-
leding van het licht in een spectrum tusschen de strepen
B en C waarneemt, de meest werkzame zijn. Dit ver-
dient te meer opmerking, omdat men de blauwe en
violette deelen van het spectrum om hun sterke inwer-
king op AgCl dikwijls met den naam van chemische
stralen betitelt, eene benaming die men na het gezegde
even goed op de roode en gele kan toepassen om de
rol die zij spelen bij het vormen van zetmeel uit C 0.3
en HoO.
7. De vorming van amylum binnen in het blad is
niet het eenige gevolg van de scheikundige verandering
die HoO en C O.2 door toedoen van het licht ondergaan.
Men merkt namelijk op, dat voor gelijke hoeveelheden
C 0.2, die het groene blad uit de omgeving opslorpt,