Boekgegevens
Titel: Beginselen der plantkunde: ten gebruike bij het onderwijs op de middelbare scholen
Auteur: Costerus, J.C.; Behrens, Wilhelm Julius
Uitgave: Amsterdam: M.M. Olivier, 1896
4e dr; 1e uitg.: 1881
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: P.B. 2709 : 4e dr
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204169
Onderwerp: Biologie: botanie: algemeen
Trefwoord: Plantkunde, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Beginselen der plantkunde: ten gebruike bij het onderwijs op de middelbare scholen
Vorige scan Volgende scanScanned page
Het blad. 5'
wortel voorkomen; ook aan stengel en bladeren ver-
toonen zij zich in den regel, maar uitsluitend zoolang
al de genoemde deelen sappig en jong zijn.
Ten einde bekend te worden met de vormen, waar-
onder bladeren, stengels, wortels en haren kunnen voor-
komen, willen wij deze deelen achtereenvolgens nagaan
en trachten ze, zooveel als mogelijk is, in den tuin of
buiten op te zoeken. AVij beginnen daartoe met de
bladeren, en wel met een bijzondere soort, de 1 o o f-
bladeren.
I. HET BLAD.
1. De Loof blader en.
Aan een loofblad onderscheidt men de volgende on-
derdeelen: tusschen den stengel
der plant en dat vlakke deel
dat men in 't dagelijksch leven
blad noemt, is in den regel een
langer of korter deel geplaatst,
dat bladsteel genoemd wordt
(fig. 2 sb). Het zooeven ge-
'noemde vlakke deel heet blad-
schijf (fig. 2 /?). Van de blad-
schijf noemen wij het onderste
uiteinde (fig. 2 b) den voet; de
bladsteel is dus verbonden aan
den voet der bladschijf. Het
bladschijf wordt de top (a) ge-
noemd. Een derde onderdeel van het loofblad is de
blad schee de, die evenwel niet dikwijls voorkomt.
Fig. 2.
bovenste uiteinde der