Boekgegevens
Titel: Beginselen der plantkunde: ten gebruike bij het onderwijs op de middelbare scholen
Auteur: Costerus, J.C.; Behrens, Wilhelm Julius
Uitgave: Amsterdam: M.M. Olivier, 1896
4e dr; 1e uitg.: 1881
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: P.B. 2709 : 4e dr
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204169
Onderwerp: Biologie: botanie: algemeen
Trefwoord: Plantkunde, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Beginselen der plantkunde: ten gebruike bij het onderwijs op de middelbare scholen
Vorige scan Volgende scanScanned page
228:
Stofivisseling.
geeft tevens een verklaring van de warmte-ontwikkeling
die men bij de plant opmerkt. Het is aan ieder bekend
dat in mouterijen de gerst, die voor de bierfabricage
gebruikt wordt, eerst ter kieming gelegd wordt, met
welke bewerking men een gedeeltelijke omzetting van
het amylum in suiker beoogt. In die periode van kie-
ming nu is de moutzolder zeer warm, en de eenige bron
dier warmte is de gerst zelve.
Ook door middel van een toestelletje, welks afbeel-
ding hiernevens voorkomt (fig. 164) kan men zich over-
tuigen van de warmteontwikkeling
gedurende, de kieming van zaden.
Men vult den trechter met goed
doorweekte zaden b.v. van Tuin-
kers en plaatst hem onder de gla-
zen klok, waardoor een thermo-
meter tot in de zaden gaat. Deze
thermometer is door wol of watten
in den hals der stolp zoodanig
bevestigd, dat er geen luchtstroo-
men van buiten naar binnen kun-
nen indringen.
De trechter staat op een fleschje
met bijtende potasch, welke vloei-
stof het gevormde CO., absorbeert,
terwijl nieuwe O door de watten
heen wordt aangetrokken. Ter ver-
gelijking maakt men een tweeden
toestel juist zoo ingericht als de eerste is, alleen met
dit onderscheid, dat men in plaats van doorweekte, vol-
komen droge tuinkerszaadjes in den trechter plaatst. Als
men nu b.v. na een dag den stand der beide thermometers
Fig. 1C4.