Boekgegevens
Titel: Beginselen der plantkunde: ten gebruike bij het onderwijs op de middelbare scholen
Auteur: Costerus, J.C.; Behrens, Wilhelm Julius
Uitgave: Amsterdam: M.M. Olivier, 1896
4e dr; 1e uitg.: 1881
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: P.B. 2709 : 4e dr
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204169
Onderwerp: Biologie: botanie: algemeen
Trefwoord: Plantkunde, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Beginselen der plantkunde: ten gebruike bij het onderwijs op de middelbare scholen
Vorige scan Volgende scanScanned page
226 Siofiüisseling.
zelfde dat bij de dieren door de straks genoemde adem-
halingsorganen wordt uitgescheiden. Dat het voor-
naamste gas werkelijk CO^ is, kan men met zekerheid
te weten komen door in een flesch met twee openingen,
waarin men de kiemende erwten geplaatst heeft COo-
vrije lucht te voeren en die lucht later door baryt- of
kalkwater te laten strijken, waarin een troebeling de
aanwezigheid van CO.^ zal bewyzen.
Het belangrijke feit dat de plant evenals het dier O
opneemt en CO.^ afgeeft (in 1790 door onzen landgenoot
J. Ingen-Housz ontdekt) maakt het verklaarbaar dat
deelen, die niet over een voldoende hoeveelheid O
kunnen beschikken niet normaal groeien en daardoor
schadelijk inwerken op het leven der geheele plant.,
Onderaardsche deelen der plant — wortels en overblij-
vende stengels' — zijn door hun eigenaardige ligging
in den grond wel eens verstoken van den noodigen toe-
voer van dit gas. In natte, laag liggende gronden b.v.
zijn de poriën met water gevuld, zoodat de lucht niet.
genoegzaam kan toetreden, zoolang het land niet op
kunstmatige wijze (draineerbuizen) is droog gelegd. Aan
hetzelde euvel stelt men de planten bloot als men ze-
in houten bakken of verglaasde bloempotten plaatst,,
waar de O evenmin vrijen toegang heeft.
De waarneming dat een plant O opneemt en CO.,
afgeeft (evenals het dier), voert ons tot de vraag of
daardoor de hoeveelheid vaste stof niet vooi'tdurend
vermindert. Wij kunnen het antwoord vinden door b.v.
nog eens eenige erwten te nemen en die te laten kie-
men. Het spreekt evenwel van zelf dat wij het water.,,
dat een erwt gedurende het kiemen opneemt, buiten
rekening moeten laten. Wij nemen met het oog daarop-