Boekgegevens
Titel: Beginselen der plantkunde: ten gebruike bij het onderwijs op de middelbare scholen
Auteur: Costerus, J.C.; Behrens, Wilhelm Julius
Uitgave: Amsterdam: M.M. Olivier, 1896
4e dr; 1e uitg.: 1881
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: P.B. 2709 : 4e dr
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204169
Onderwerp: Biologie: botanie: algemeen
Trefwoord: Plantkunde, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Beginselen der plantkunde: ten gebruike bij het onderwijs op de middelbare scholen
Vorige scan Volgende scanScanned page
Stofxoisseling. 221
die bij slingerstengels en bij ranken bijzonder krachtig
optreedt. Wij zien bloemen 's morgens opengaan en
des avonds zich sluiten, tal van bladen die over dag
met de breede vlakte aan het zonlicht blootgesteld waren,
hun smalle zijde hemelwaarts keeren, gelijk o. a. klaver
duidelijk doet zien. Wie heeft het niet opgemerkt, dat,
terwijl de blaadjes van deze plant over dag vlak uitstaan,
ze 's avonds zoo geplaatst zijn dat het bovenste de beide
zijdehngsche als een dak overwelft?
De plant verricht dus arbeid op gelijksoortige wijze
als het dier, maar evenals het dier dien arbeid verricht
ten koste van de voedselbestanddeelen in het bloed
aanwezig, evenzoo moet de plant voor het maken van
de geringste beweging, voor het volvoeren ook van den
kleinsten arbeid stoffen opofferen.
De behoefte aan voedsel springt evenwel nog duide-
lijker in het oog, wanneer men op den toenemenden
omvang eener plant acht geeft en opmerkt hoe in het
gunstige jaargetijde bijna voortdurend nieuwe deelen ont-
staan. De steeds toenemende omvang van een boomstam,
het ontstaan van bloemen en vi'uchten aan de gewassen,
waarmede wij dagelijks in aanraking komen, wekken
dadelijk de gedachte aan de noodzakelijkheid van voed-
sel, in nog veel hoogere mate dan bij het dier. In
werkelijkheid kan men dan ook zeggen dat het dier de
grootste hoeveelheid van het opgenomen voedsel ver-
bruikt tot arbeid en slechts een gering deel aanwendt
tot vergrooting van zijn lichaam, tot vernieuwing van
lichaamsdeelen, maar dat de plant omgekeerd het grootste
gedeelte van het voedsel aanwendt tot vergrooting
harer massa en slechts een klein deel in arbeidsver-
mogen omzet.