Boekgegevens
Titel: Beginselen der plantkunde: ten gebruike bij het onderwijs op de middelbare scholen
Auteur: Costerus, J.C.; Behrens, Wilhelm Julius
Uitgave: Amsterdam: M.M. Olivier, 1896
4e dr; 1e uitg.: 1881
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: P.B. 2709 : 4e dr
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204169
Onderwerp: Biologie: botanie: algemeen
Trefwoord: Plantkunde, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Beginselen der plantkunde: ten gebruike bij het onderwijs op de middelbare scholen
Vorige scan Volgende scanScanned page
Vormleer of morphologie.
c -
mocht het voorjaar reeds voorbij zijn, dan hebben wij
toch gelegenheid genoeg om ons kiemplantjes te ver-
schaffen. We hebben dan niets anders te doen dan wat
erwten of boonen in vochtige aarde te planten of tuin-
kerszaadjes uit te strooien op een vochtige wollen
lap of op een natte
spons. In al die ge-
vallen zullen wij zien
dat het eerste blaadje
of de eerste twee
blaadjes in vorm zoo
sterk van de volgende
afwijken, dat we aar-
zelen, ze bladeren te
noemen. I;ater zullen
wij evenwel inzien,
dat zij toch in hoofd-
zaak met bladeren
overeenkomen. Om
hun afwijkende eigen-
schappen noemt men
ze zaadlobben of
kiembladen (fig. 1
cc en 1* c). •") De uit-
zaaiing van tuinkerszaden volgens de zooeven aangewezen
manier is hierom aan te bevelen, wijl dan de wortel der
plant moeielijk in de spons of lap kan doordringen en de
haren dan juist heel duidelijk te zien zijn. Men stelle
zich evenwel niet voor, dat haren alleen maar aan den
Fig. 1.
Fig. 1'.
') Fig. 1* stelt het kiemende zaad van Canna iudica voor, een plant die
dikwyis in parken en tuinen wordt gekweekt, maar welker zaden een vrU
hooge temperatuur behoeven voor de kieming.