Boekgegevens
Titel: Beginselen der plantkunde: ten gebruike bij het onderwijs op de middelbare scholen
Auteur: Costerus, J.C.; Behrens, Wilhelm Julius
Uitgave: Amsterdam: M.M. Olivier, 1896
4e dr; 1e uitg.: 1881
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: P.B. 2709 : 4e dr
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204169
Onderwerp: Biologie: botanie: algemeen
Trefwoord: Plantkunde, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Beginselen der plantkunde: ten gebruike bij het onderwijs op de middelbare scholen
Vorige scan Volgende scanScanned page
218 Eangschikking of systematiek.
De boven aangeduide wijze om planten te rangschikken
is pas sinds het einde der vorige eeuw in gebruik. Men
noemt haar natuurlijke rangschikking, omdat zij rekening
houdt met de onderlinge verwantschap, gelijk die is uit-
gedrukt in den bouw der bloem en der vrucht, in eigen-
aardigheden der bloeiwijzen, der bladeren, der stengels,
ja somtijds zelfs der wortels. Om deze wijze van rang-
schikken zoo natuurlijk mogelijk te doen zijn, is het dus
noodig de planten met de grootste nauwkeurigheid te
kennen. Hoe nauwkeuriger de planten onderzocht zijn,
des te juister kan de rangschikking zijn. Daarom is het
natuurlijke stelsel aan voortdurende veranderingen onder-
hevig, en is het stelsel zelf de uitdrukking van de kennis
van den bouw der planten op een gegeven tijdstip.
Vóór deze wijze van rangschikken gebruikte men
kunstmatige stelsels. Uitgaande van de geslachten, die
gelijk reeds gezegd werd, zich aan ieder als van zelf
opdringen als natuurlijke groepjes, vereenigde men deze
tot grootere geheelen volgens één enkele eigenschap.
Linnaeus b.v., wiens kunstmatig stelsel groote vermaard-
heid bezit en nog dikwijls om zijn bijzondere bruikbaar-
heid in Flora's wordt aangewend, vereenigde eenige
geslachten, die in het aantal stijlen overeenkwamen tot
een orde, onverschillig of de zoo te zamen gebrachte
gewassen in andere opzichten overeenstemden of niet.
Op dezelfde wijze werden eenige orden tot een klasse
vereenigd, waarvan het hoofdkenmerk dan bestond in een
zeker aantal meeldraden. Linnaeus verkreeg op die wijze
24 klassen, welker namen wij hieronder laten volgen:
1® klasse: Eénhelmigen, Monandria.
2« klasse: Tweehelmigen, Diandria.
3® klasse: Driehelmigen, Triandria.