Boekgegevens
Titel: Beginselen der plantkunde: ten gebruike bij het onderwijs op de middelbare scholen
Auteur: Costerus, J.C.; Behrens, Wilhelm Julius
Uitgave: Amsterdam: M.M. Olivier, 1896
4e dr; 1e uitg.: 1881
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: P.B. 2709 : 4e dr
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204169
Onderwerp: Biologie: botanie: algemeen
Trefwoord: Plantkunde, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Beginselen der plantkunde: ten gebruike bij het onderwijs op de middelbare scholen
Vorige scan Volgende scanScanned page
vruchten en zaden. 209
4. Inrichtingen der vruchten die de zaden
doen icegspringen.
Sommigen onzer hebben zeker wei eens opgemerkt,
dat de langwerpige zaaddoos der Springbalsemien (Im-
patiëns noli tangere) bij zachte aanraking openspringt en
dan tevens de zaden ver wegslingert. De in Zuid-Europa,
vooral in Griekenland, voorkomende Springkomkommer
(Momordica Elaterium) bezit een groenachtige stekelige
vrucht van ongeveer 5 cM. lengte. In rijpen toestand
springt de vrucht door de minste aanraking van haar steel
af, waardoor de zaden die in een massa kleverig vocht
zijn gedoken, met een zacht gedruisch tot een afstand
van 2 Meters uiteenspatten. De peulen van verscheiden
vlinderbloemige gewassen rollen hare kleppen bij het
openspringen kurketrekkervormig op, waarby de losra-
kende zaden een eindweegs worden weggeworpen. De
uit drie vruchtbladen bestaande zaaddoos van het viooltje
springt bij rijpheid in drie kleppen open, die elk op
haar midden een dubbele rij van zaden dragen. Bij het
uitdrogen der vrucht buigen zich de randen der kleppen
al meer en meer naar binnen. Hierdoor worden de tal-
rijke zaden gedrukt, maar omgekeerd werken de zaden
op de kleppen terug. Eindelijk zullen deze met geweld
uit elkaar wijken en daarbij de zaden wegwerpen. Der-
gelijke voorbeelden, — men lette o. a. op de vruchten
van Geranium en Erodium — bestaan er meer; maar
hun aantal is niet zoo groot als van die, waarbij dieren
en vooral vogels noodig zijn om de zaden weg te voeren.
De gevolgen van al de opgenoemde inrichtingen zijn
hoogst opmerkelijk: in de eerste plaats toch komen
14