Boekgegevens
Titel: Beginselen der plantkunde: ten gebruike bij het onderwijs op de middelbare scholen
Auteur: Costerus, J.C.; Behrens, Wilhelm Julius
Uitgave: Amsterdam: M.M. Olivier, 1896
4e dr; 1e uitg.: 1881
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: P.B. 2709 : 4e dr
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204169
Onderwerp: Biologie: botanie: algemeen
Trefwoord: Plantkunde, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Beginselen der plantkunde: ten gebruike bij het onderwijs op de middelbare scholen
Vorige scan Volgende scanScanned page
vruchten en zaden.
207
ze weer door de een of andere omstandigheid los.
Als voorbeelden dezer inrichting noemen wij de
vruchtjes van de Hondstong (Cynoglossum officinale,
fig. 160). Deze zijn over hare gansche oppervlakte met
Fig. 160.
Fig. 161.
Fig. 162.
kleine, dicht opeenstaande weerhaakjes bezet, die daar-
door aan alles, wat ruw is, blijven hangen. Evenzoo is
het gesteld met de kogelvormige vruchtjes van het
Kleefkruid (Galium Aparine, fig. 161), die door de ver-
bazende massa stekeltjes bepaald kleverig zijn. Bij het
Nagelkruid (Geum urbanum, fig. 162) groeit de stijl tot
een stevigen haak uit. Ieder kent ook de klitten; hier
is het echter het omwindsel dat met haken bezet, het
geheele bloemhoofdje geschikt maakt om aan de huid
van allerlei dieren te blijven hangen; de talrijke in het
hoofdje verborgen vruchten vallen langzamerhand door
de bewegingen van het dier op verschillende plaatsen
neer. Ofschoon men de beschreven haakjes enz. wer-
kelijk als inrichtingen voor het vervoer van vruchten
door middel van zoogdieren kan beschouwen, is het toch
zeker, dat de vleezige hulsels veel volkomener toestellen
zijn, daar het in het belang der vogels is, de op die wijze
ingerichte vruchten in groote hoeveelheid op te zoeken,