Boekgegevens
Titel: Beginselen der plantkunde: ten gebruike bij het onderwijs op de middelbare scholen
Auteur: Costerus, J.C.; Behrens, Wilhelm Julius
Uitgave: Amsterdam: M.M. Olivier, 1896
4e dr; 1e uitg.: 1881
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: P.B. 2709 : 4e dr
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204169
Onderwerp: Biologie: botanie: algemeen
Trefwoord: Plantkunde, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Beginselen der plantkunde: ten gebruike bij het onderwijs op de middelbare scholen
Vorige scan Volgende scanScanned page
200 I)e verspreidingsmiddelen van
2. De verspreiding van vruchten en zaden door
toedoen van den icind.
De wind is een veel krachtiger verspreider dan het
water, want de snelheid der luchtbewegingen overtreft
die van het water zeer aanzienlijk. Terwijl het water
de planten alleen langs kusten en oevers kan voeren,
is de wind bij machte zaden en vruchten op de ontoe-
gankelijkste plaatsen, ja op bergen te brengen. Toch
stellen hooge bei-gruggen en breede zeeën een grens aan
een onbeperkte verbreiding der meeste planten, eerst-
genoemde omdat zij den luchtstroom breken of terug-
werpen, laatstgenoemde omdat de weggewaaide zaden
lichtelijk in het water geraken om daar te vergaan.
De inrichtingen voor de verspreiding door den wind
zijn vleugels, haren of gevederde uitgroeisels aan vruch-
ten of zaden. Deze aanhangsels, die zelf zeer licht zijn,
vergrooten de oppervlakte van vrucht of zaad, zoodat
hun soortelijk gewicht daardoor geringer wordt. Het
zweven in de lucht wordt op deze wijze bevorderd of
ook wel het vallen vertraagd, aangezien de zweeftoestel
dikwijls zóó geplaatst is, dat het vruchtje of zaad in een
spiraal naar beneden komt. In beide gevallen zal de
wind zyn invloed kunnen uitoefenen.
Aan zaden komen vleugels maar zeldzaam, maar daar-
entegen veelvuldig aan vruchten voor. Sommige dezer
hebben aan het bezit van vleugels hun naam ontleend.
Bij de Bignonia (B. echinata van Nieuw-Grenada) zijn
de zaden met een vliezigen, glasachtigen en stijven
vleugel voorzien, waarmee zij lang in de lucht kunnen
ronddrijven en op de wijze van roofvogels groote krin-
gen beschrijven.