Boekgegevens
Titel: Beginselen der plantkunde: ten gebruike bij het onderwijs op de middelbare scholen
Auteur: Costerus, J.C.; Behrens, Wilhelm Julius
Uitgave: Amsterdam: M.M. Olivier, 1896
4e dr; 1e uitg.: 1881
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: P.B. 2709 : 4e dr
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204169
Onderwerp: Biologie: botanie: algemeen
Trefwoord: Plantkunde, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Beginselen der plantkunde: ten gebruike bij het onderwijs op de middelbare scholen
Vorige scan Volgende scanScanned page
INLEIDING.
Alle voorwerpen die op de aarde voorkomen zijn öf
voortbrengselen der natuur öf der kunst. Kunstvoor-
werpen zijn door menschenhanden met of zonder werk-
tuigen gemaakt uit de voortbrengselen der natuur; de
voortbrengselen der natuur ontstaan zonder toedoen van
den mensch.
De leer der natuurvoorwerpen heet natuur-
lijke Historie. De natuurlijke historie onderscheidt
drie soorten van natuurprodukten: delfstoffen, plan-
ten en dieren. De delfstoffen zijn levenlooze
voorwerpen, zij bestaan niet uit werktuigen of organen:
zij worden daarom onbewerktuigd of anorganisch genoemd.
Planten en dieren daarentegen zijn levende we-
zens; zij bestaan uit verschillende organen (werk-
tuigen), waarvan ieder een zekere werking uitoefent,
van daar de naam organische wezens of organismen. Het
leven van planten en dieren blijkt uit de werkzaamheid
der verschillende organen.
Alle levende wezens komen overeen in het vermogen
van voedsel op te nemen, te groeien, te ademen, en
nieuwe organismen voort te brengen.
Dieren en planten verschillen hoofdzakelijk van elkaar
daarin, dat de dieren niet alleen werktuigen voor voe-
1