Boekgegevens
Titel: Beginselen der plantkunde: ten gebruike bij het onderwijs op de middelbare scholen
Auteur: Costerus, J.C.; Behrens, Wilhelm Julius
Uitgave: Amsterdam: M.M. Olivier, 1896
4e dr; 1e uitg.: 1881
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: P.B. 2709 : 4e dr
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204169
Onderwerp: Biologie: botanie: algemeen
Trefwoord: Plantkunde, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Beginselen der plantkunde: ten gebruike bij het onderwijs op de middelbare scholen
Vorige scan Volgende scanScanned page
184 Het vervoer van stuifmeel cloor dieren.
nogmaals eene Empis livida (fig. 187, II, pag. 160),
een gewone bezoek.ster van Standelkruiden, als zij bezig
is deze bloem te bestuiven. — Aangetrokken door het
helder witte lipje (m) en het uit drie blaadjes bestaande
gewelfde dak (o), waaronder meeldraad, stempel en
beursje veilig verborgen liggen, laat het dier zich op
eerstgenoemd deel neer. Het honigmerk, dat hier uit
violet gekleurde haren bestaat, voert het naar den toe-
gang der spoor. Een knobbelachtige verhevenheid van
het lipje c noopt het Insect, zijn dikken kop bij het
inbrengen van den slurp in de spoor hoog op te heffen.
Nu dringt het lichaam met kracht naar voren, zoodat
de slurp diep genoeg in het weefsel der spoor kan
indringen om met den honig in aanraking te komen.
Tegelijk hiermede stoot het dier met zijn kop tegen
het beursje, waardoor de wand omlaag gaat en een
der hechtschijfjes op het oog terecht komt en vast-
kleeft. Nu is deze ervaring zeer zeker onverwacht en
alles behalve aangenaam, maar zij neemt toch niet
weg dat het Insect weer andere bloemen dezer soort
gaat bezoeken. Maar in den tijd, die er verloopt tus-
schen het weggaan uit de eerste en de aankomst in
een tweede, krommen zich de staartjes naar beneden.
Daar het Insect zich nu in de tweede bloem evenzoo
beweegt als in de eerste, stoot het natuurlijk met den
stuifmeelklomp tegen den stempel aan, die door zijn
kleverige oppervlakte er een deel van vasthoudt. Bij
het verlaten der bloem neemt het weer één of twee
nieuwe stuifmeelklompen mede enz. — Dit geheele
') De honig zit hier nm. niet in de holte der -spoor, maar tusschen binnen-
en buitenwand. De zeer teedere binnenwand moet dus door den slurp worden
doorboord.