Boekgegevens
Titel: Beginselen der plantkunde: ten gebruike bij het onderwijs op de middelbare scholen
Auteur: Costerus, J.C.; Behrens, Wilhelm Julius
Uitgave: Amsterdam: M.M. Olivier, 1896
4e dr; 1e uitg.: 1881
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: P.B. 2709 : 4e dr
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204169
Onderwerp: Biologie: botanie: algemeen
Trefwoord: Plantkunde, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Beginselen der plantkunde: ten gebruike bij het onderwijs op de middelbare scholen
Vorige scan Volgende scanScanned page
178 Het vervoer van stuifmeel cloor dieren.
lang, zoodat de helmhokjes van eiken meeldraad op
grooten afstand van elkaar liggen. De helmhokjes,
die den rug van het bezoekende insect aanraken, be-
hooren tot twee verschillende meeldraden; de beide
onderste onvruchtbare helmhokjes zijn vergroeid tot het
straks gemelde knopje. Het tweetal helmbindsels laat
zich nu met een hefboom vergelijken, aan welks korten
arm het onvruchtbare, en aan welks langen arm da
pollen-dragende hokjes zijn vastgemaakt. De dubbele hef-
boom wordt door het insect in beweging gebracht en
draait om de spits van den helmdraad.
Heeft nu de hommel den honig opgezogen, dan trekt
hij kop en slurp terug, waarop het knopje zijn vroege-
ren stand weer inneemt en de helmhokjes naar hun
verborgen plaats terugkeeren. Het diertje gaat nu van
deze bloem naar een andere, waar het den thans zeer
kleverigen stempel aanraakt, (die na het uitbloeien der
meeldraden sterk voorover helt), en met het meel uit
de voorgaande bestuift. Pollen kan het hier evenwel
niet uit wegnemen, daar de bloem protandrisch is. Wij
zien dus, dat deze eigendommelijke inrichting meebrengt,.
Fig. U7,