Boekgegevens
Titel: Beginselen der plantkunde: ten gebruike bij het onderwijs op de middelbare scholen
Auteur: Costerus, J.C.; Behrens, Wilhelm Julius
Uitgave: Amsterdam: M.M. Olivier, 1896
4e dr; 1e uitg.: 1881
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: P.B. 2709 : 4e dr
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204169
Onderwerp: Biologie: botanie: algemeen
Trefwoord: Plantkunde, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Beginselen der plantkunde: ten gebruike bij het onderwijs op de middelbare scholen
Vorige scan Volgende scanScanned page
Het vervoer van stuifmeel door dieren. 14.3
Aangezien de Bijen, gelijk zooeven werd opgemerkt,
een hoofdrol spelen bij het ^bestuiven der bloemen, is
het van gewicht, ze aan een uitvoeriger onderzoek te
onderwerpen.
Van de inlandsche bfjen (Apiden) alleen worden
ongeveer 230 soorten op bloemen aangetroffen. De
meest bekende soort is de honingbij (fig. 140, I), die
zeker ieder van ons wel eens op een bloem heeft bezig
gezien. Het zijn uitsluitend de geslachtslooze dieren of
werkbyen, die we dan ontmoeten. Ook de belangrijk
grootere Hommels (niet te verwarren met de mannelijke
byen of darren) zijn zeer ijverig in het bezoeken der
bloemen. Veelvuldig zien wij den aardhommel (Bombus
terrestris, fig. 140, II) met zijn zwart behaard lichaam,
de gele banden over het vóor-borststuk en den tweeden
ring van het achterlijf, benevens de witte achterlijfs-
spits. De B. muscorum is bijna overal geel; alleen de
voorpooten zijn bruin en het borststuk van boven oranje,
terwijl do B. lapidarius bijna geheel zwart is, behalve
aan de spits van het achterlijf, die rood is. — In den
gedrongen bouw van het lichaam komen met de hom-
mels de soorten van het geslacht Anthophora overeen.