Boekgegevens
Titel: Beginselen der plantkunde: ten gebruike bij het onderwijs op de middelbare scholen
Auteur: Costerus, J.C.; Behrens, Wilhelm Julius
Uitgave: Amsterdam: M.M. Olivier, 1896
4e dr; 1e uitg.: 1881
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: P.B. 2709 : 4e dr
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204169
Onderwerp: Biologie: botanie: algemeen
Trefwoord: Plantkunde, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Beginselen der plantkunde: ten gebruike bij het onderwijs op de middelbare scholen
Vorige scan Volgende scanScanned page
Het vervoer van stuifmeel door dieren. 14.3
threnus, Meligethes, Malachius en kleine snuitkevertjes.
Bij nog andere kevers zijn bepaalde lichaamsdeelen
in verband met het bemachtigen van bloemenvoedsel
ingericht. Zoo zijn bij Cerocoma Schaefferi (fig. 185,
I. II) de middelste leden der sprieten zeer onregel-
I'ig. 135.
Fig. 136.
matig, sterk uitgezet en voor een deel behaard; de
tong is met twee haarbosjes toegerust, terwijl de tas-
ters lang zijn. Al die dingen vormen te zamen een
grooten, gelen vederbos aan het vóóreinde van den
kop (fig. 185. II). Midden in den zomer is de kever
nu en dan op de bloemen van het Duizendblad en de
Goudsbloem te vinden. Beschouwt men een pas ge-
vangen kever met de loupe, dan kan men aan den
gemelden vederbos zonder moeite een tal van pollen-
korreltjes- zien zitten. — Onder de Boktorren hebben
de Lepturiden een lichaamsbouw, die uitstekend past
bij het zoeken naar honig. Het voorste deel van hun
lichaam (kop en halsschild) is lang gerekt en smal,
zoodat het gemakkelijk binnen een bloem kan gebracht