Boekgegevens
Titel: Beginselen der plantkunde: ten gebruike bij het onderwijs op de middelbare scholen
Auteur: Costerus, J.C.; Behrens, Wilhelm Julius
Uitgave: Amsterdam: M.M. Olivier, 1896
4e dr; 1e uitg.: 1881
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: P.B. 2709 : 4e dr
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204169
Onderwerp: Biologie: botanie: algemeen
Trefwoord: Plantkunde, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Beginselen der plantkunde: ten gebruike bij het onderwijs op de middelbare scholen
Vorige scan Volgende scanScanned page
Het vervoer van stuifmeel door dieren. 14.3
plant die wij zoo menigmaal in ons land b.v. in de
duinen wildgroeiend aantreffen. Men ziet haar bij fig.
134 in natuurlijke grootte voorgesteld, waaruit blijkt,
dat de buis nagenoeg 3 c.M. lang is. Zij wordt na
zonsondergang door den Vlinder van den Liguster-
pijlstaart (Sphinx Ligustri) bezocht, welk dier zij door
hare heerlijke en doordringende geuren krachtig aan-
trekt. De honig wordt in de nabijheid van a afgeschei-
den, maar hoopt zich gedurende den dag in de bloem-
kroon op. Over dag is dus de bloemkroon slechts
voor een deel met honig gevuld, zoodat de meeste
dag-insecten, wier mondwerktuigen 1 — 2 c.M. lengte
hebben, den honig niet kunnen bemachtigen, 's Avonds
evenwel is de kroon vol en verspreidt dan tevens de
sterkste geuren. Nu spreekt het van zelf dat alleen
die nacht-Insecten al den afgescheiden honig kunnen
wegnemen, wier mondwerktuigen den bodem der buis
(ff) kunnen bereiken. Zoodanige Insecten nu zijn de
Pijlstaartvlinders.
2). Schildvleugelige Insecten of Kevers.
Van veel minder beteekenis voor de bestuiving zijn de
Kevers. Maar ofschoon de meeste soorten dezer orde
op geheel andere plaatsen het voedsel opzoeken, zijn
er toch ook eenige, die geregeld op bloemen te vinden
zijn. Hiervan nu oefenen vele een bepaald schadelijken
invloed op de bloemen uit, daar zij sommige deelen
der bloem, zooals meeldraden en stampers, geheel op-
eten. Andere daarentegen, die klein genoeg zijn om
in de bloem te kruipen, brengen op die wijze dikwijls
een kruising tot stand, door uit de eene bloem wat
stuifmeel te halen en het naar de andere over te bren-
gen. Als zoodanig kan men noemen soorten van An-