Boekgegevens
Titel: Beginselen der plantkunde: ten gebruike bij het onderwijs op de middelbare scholen
Auteur: Costerus, J.C.; Behrens, Wilhelm Julius
Uitgave: Amsterdam: M.M. Olivier, 1896
4e dr; 1e uitg.: 1881
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: P.B. 2709 : 4e dr
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204169
Onderwerp: Biologie: botanie: algemeen
Trefwoord: Plantkunde, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Beginselen der plantkunde: ten gebruike bij het onderwijs op de middelbare scholen
Vorige scan Volgende scanScanned page
Het vervoer van stuifmeel door dieren. 14.3
honigbakje, waarin gediirende den bloei een uiterst
klein droppeltje honig bewaard wordt. — In de bloem
l / /
van de Ratelen (Rhinanthus major III) bevindt zich
aan den voet van het vruchtbeginsel een schopvorraig
schubje (s), dat aan zijn binnenzijde een kogelvormig
honigdroppeltje vasthoudt. Bij bloemschermen (b.v. bij
Kervel, Anthi'iscus silvestris IV) is het nectarium een
tweelobbige, dikke en vleezige schijf (n), die de opper-
vlakte van het vruchtbeginsel bedekt en onder den
naam s t y 1 v o e t bekend staat. Een geheel andere
ligging heeft het nectarium by het Viooltje. Daar zijn
twee der vijf meeldraden van een draadvormig aan-
hangsel voorzien, dat den honig voortbrengt en in de
spoor van het onderste bloemblad afhangt. Bij het
Nieskruid (Helleborus viridis) zijn de kleine groene
kroonbladen trechtervormig en gedurende den bloeitijd
met honig gevuld. Iets dergelijks heeft plaats bij de
Akelei (Aquilegia vulgaris), waar elk der vijf donker-
blauwe bloembladen een trechtervormige spoor draagt,
die aan het uiteinde een weinig ingebogen is. In het
onderste verdikte gedeelte wordt de honig afgescheiden.
Bij de Monnikskap (fig. 128, V) is het honig-orgaan
nog vreemder van vorm. In de bloemen zitten diep ver-
borgen onder het groote kelkblad twee op lange ge-