Boekgegevens
Titel: Beginselen der plantkunde: ten gebruike bij het onderwijs op de middelbare scholen
Auteur: Costerus, J.C.; Behrens, Wilhelm Julius
Uitgave: Amsterdam: M.M. Olivier, 1896
4e dr; 1e uitg.: 1881
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: P.B. 2709 : 4e dr
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204169
Onderwerp: Biologie: botanie: algemeen
Trefwoord: Plantkunde, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Beginselen der plantkunde: ten gebruike bij het onderwijs op de middelbare scholen
Vorige scan Volgende scanScanned page
Het vervoer van stuifmeel door dieren. 14.3
III. HET VERV.OER VAN STUIFMEEL DOOR
DIEREN.
Het aantal planten, welker pollen door den wind op
den stempel komt, is niet heel groot te noemen, wan-
neer men het vergelijkt met het aantal gewassen,
waarbij de kruisbevruchting door middel van dieren tot
stand komt. Het zijn bovenal de Insecten, die hier de
kruising bezorgen; bij onze inlandsche bloemen althans
zijn zij de eenige werkzame. Wij willen die bloemen
daarom met den naam Insecten-bloemen in tegenstelling
van Windbloemen bestempelen.
Dat de dieren (in ons geval de Insecten) pollen van
de eene bloem naar de andere brengen, is een hoogst
merkwaardig feit en daarom te merkwaardiger omdat
die dieren volstrekt geen denkbeeld hebben van den
grooten dienst dien zij aan de bloemen bewijzen. Maar
het is de geheele inrichting der Insecten-bloemen, die
de diertjes dwingt nu eens de helmhokjes, dan weder
den stempel aan te raken. Daarbij komt dat hun (dik-
wijls behaard) lichaam het kleverig stuifmeel nu eens
opneemt en vasthoudt en het dan weer aan het stem-
pelvocht afgeeft.
Maar wat dringt dan toch de Insecten om zoo dik-
wijls en zoo geregeld naar de bloemen te gaan? Een-
voudig de aanwezigheid van voedsel. Om dit te be-
machtigen, moeten zij veel moeite doen en er veel tijd
aan geven. De naarstigheid die de Insecten daarbij
aan den dag leggen, vooral vlinders en bijen, is alge-
meen bekend, maar tot voor betrekkelijk korten tijd
weet men dat die diertjes bij het zoeken naar voedsel
zoo weldadig op de plantenwereld inwerken.