Boekgegevens
Titel: Beginselen der plantkunde: ten gebruike bij het onderwijs op de middelbare scholen
Auteur: Costerus, J.C.; Behrens, Wilhelm Julius
Uitgave: Amsterdam: M.M. Olivier, 1896
4e dr; 1e uitg.: 1881
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: P.B. 2709 : 4e dr
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204169
Onderwerp: Biologie: botanie: algemeen
Trefwoord: Plantkunde, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Beginselen der plantkunde: ten gebruike bij het onderwijs op de middelbare scholen
Vorige scan Volgende scanScanned page
Het vervoer van stuifmeel door den ivind. 134
pen hebben Spinazie, Rhabarber, Hennep en Zuring.
Bij zeer vele windbloemen zijn evenwel bloeiwijze en
bloemen beide onbeweeglijk, en slechts de meeldraden
vatbaar voor luchtstroomingen. In dit geval zijn de
helmdraden lang en dun, en tengevolge van het gewicht
der helmknopjes afhangend, ook al is de bloem zelve
opgericht. Meeldraden, die door den wind licht be-
wogen worden, zijn altijd langer dan de bloembe-
kleedselen.
Fig. 123 vertoont ons de bloem van den kleinen
Thalictrum. De talrijke meeldraden met hunne zware
helmknoppen zijn vrij wat langer dan de bloembekleed-
selen, die hier evenals gene afhangen. In fig. 124 is
Fig. 122.
Fig. 123.
Fig. 124.
de bloem van een grasplant (gewone Tarwe, Triticum
vulgare) voorgesteld. In tegenstelling met de voorgaande
is deze omhoog gericht, maar toch zijn de drie meeldra-
den (s), die ver buiten de bloemhulsels uitsteken, omlaag
gebogen zoodat de helmhokjes geheel aan den wind zijn
blootgesteld. De geringste stoot is voldoende, om ze in
een sidderende beweging te brengen en wolken stuifmeel
te doen ontwijken.
5. Vorm van den stempel. De stempels van