Boekgegevens
Titel: Beginselen der plantkunde: ten gebruike bij het onderwijs op de middelbare scholen
Auteur: Costerus, J.C.; Behrens, Wilhelm Julius
Uitgave: Amsterdam: M.M. Olivier, 1896
4e dr; 1e uitg.: 1881
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: P.B. 2709 : 4e dr
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204169
Onderwerp: Biologie: botanie: algemeen
Trefwoord: Plantkunde, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Beginselen der plantkunde: ten gebruike bij het onderwijs op de middelbare scholen
Vorige scan Volgende scanScanned page
Het vervoer van stuifmeel door den ivind. 129
bestuiving moet te weeg brengen. In weerwil van die
feiten kan men toch gerust uitspreken, dat, althans bij de
Phanerogamen, kruisbevruchting regel en voortdurende
zelf bestuiving uitzondering is. Dat bij tweehuizige plan-
ten kruisbevruchting moet plaats hebben, behoeft geen
nader betoog, maar dat bij tweeslachtige bloemen een
uitwisseling van stuifmeel plaats grijpt en eigen stuifmeel
dikwijls geheel onwerkzaam blijkt, leeren tal van feiten.
Het vervoer van het pollen van de eene
bloem naar de andere heeft plaats door den
wind of door dieren (voornamelijk Insecten).
Hoe dit overbrengen plaats grijpt, zullen wij thans gaan
onderzoeken.
II. HET VERVOER VAN STUIFMEEL DOOR DEN WIND.
Bij vele planten heeft het vervoer van stuifmeel van
de eene bloem naar de andere door den wind plaats,
dus door stroomingen in den dampkring. De ontzag-
lijke kleinheid der pollenkorrels alsmede hare geringe
zwaarte stellen ze in staat langen tijd in de lucht te
blijven zweven. De wind voert het stuifmeel dikwijls
zeer ver weg en brengt het toevallig op bloemen van
een ander individu, waar het door den stempel wordt
vastgehouden. Alle bloemen, die door den wind bestoven
worden, heeten windbloemen.
Men kent ook eenige planten, waar de bestuiving
door het water plaats grijpt. Dat geschiedt b.v. bij
Vallisneria spiralis. Het is een tamelijk klein plantje
met teedere, lichtgroene, lijnvormige bladeren, dat ge-
heel ondergedoken op den bodem van ondiepe, stroo-
mende wateren in Italië groeit en tweehuizig is. De
9