Boekgegevens
Titel: Beginselen der plantkunde: ten gebruike bij het onderwijs op de middelbare scholen
Auteur: Costerus, J.C.; Behrens, Wilhelm Julius
Uitgave: Amsterdam: M.M. Olivier, 1896
4e dr; 1e uitg.: 1881
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: P.B. 2709 : 4e dr
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204169
Onderwerp: Biologie: botanie: algemeen
Trefwoord: Plantkunde, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Beginselen der plantkunde: ten gebruike bij het onderwijs op de middelbare scholen
Vorige scan Volgende scanScanned page
114 Be bevruchting.
als de beschouwing van zijn vorm. "Wij willen
daarom in dit hoofdstuk vooreerst de levensver-
richtingen der bloemen bespreken. Daarmee zul-
len wij gelegenheid hebben het reeds geleerde toe te
passen, en tot een juister begrip der afzonderlijke
bloemdeelen te geraken. Bovendien kunnen wij hieruit
leeren, dat de gedaante der bloemen of die der
afzonderlijke deelen van een en dezelfde bloem altijd
in de schoonste overeenstemming is met hare levens-
verrichtingen. Daarna zal de inrichting der vruchten en
zaden uit hetzelfde oogpunt worden beschouwd.
I. DE BEVRUCHTING.
De deelen, die een bloem vormen, zijn, gelijk wij
weten, de bloembekleedselen, de meeldraden
en de stamper. Dikwijls voegen zich hierbij de
honigklieren. Het minst noodzakelijk zijn de bekleed-
sels en de honigklieren, terwijl meeldraden en stampers
noodzakelijke (wezenlijke) bloemdeelen zijn. Het
is namelijk zeer goed mogelijk, dat een bloem eerstge-
noemde deelen mist en toch in staat is kiembare zaden
voort te brengen; maar zonder meeldraden en stampers
kan zij dat niet.
Meeldraden en stampers zijn of in dezelfde bloem
vereenigd (tweeslachtige bloem $), of over twee
verschillende bloemen verdeeld, zoodat de eene alleen
meeldraden bezit (m a n n e 1 ij k e bloem d"), de andere
daarentegen één of meer stampers (vrouwelijke
bloem 9). Komen mannelijke en vrouwelijke bloemen
op dezelfde plant (hetzelfde individu) voor, dan heet
deze éénhuizig; heeft een individu alleen mannelijke,