Boekgegevens
Titel: Beginselen der plantkunde: ten gebruike bij het onderwijs op de middelbare scholen
Auteur: Costerus, J.C.; Behrens, Wilhelm Julius
Uitgave: Amsterdam: M.M. Olivier, 1896
4e dr; 1e uitg.: 1881
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: P.B. 2709 : 4e dr
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204169
Onderwerp: Biologie: botanie: algemeen
Trefwoord: Plantkunde, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Beginselen der plantkunde: ten gebruike bij het onderwijs op de middelbare scholen
Vorige scan Volgende scanScanned page
-102
De bloem.
eveneens alle volgende bijassen in plaats van tv^^ee slechts
één tak voortbrengen en wel den linkschen in onze figuur.
Bij de vergelijking van III (fig. 109) met I zien wij iets
dergelijks: ook daar brengt de hoofdas alleen een bijas
links voort, maar de bijas zelve alleen een rechtsche,
deze weer enkel een linksche enz., dus steeds afwisse-
lend rechts en links.
Beschouwt men nu een dergelijke infiorescentie, zoo-
als de natuur ze oplevert (fig. 110), dan maakt zij een
geheel anderen indruk dan dien onze figuur te weeg
brengt. Men meent alsdan een hoofdas voor zich te
M
O
O

O

III
Fig. 109.
Fig. 110.
hebben, waaruit eenige bloempjes ontspringen. Maar
die hoofdas is geen ware hoofdas, zij is een schijnas,
wijl zij bestaat uit een reeks van stukken, waarvan het
eerste alleen tot de hoofdas behoort, het tweede tot
de bijas die daaruit ontspringt enzv. enzv. In onze
fig. 109 is de schijnas wat donkerder aangegeven dan
de steeltjes die de bloemen dragen. De beschouwing
van de zoo aangeduide schijnas leidt tevens tot een
practisch onderscheid tusschen de beide soorten van onge-
vorkte, bijschermen, die men Schroef en Schicht