Boekgegevens
Titel: Gevaarlijke strekking van het openbaar onderwijs in Nederland
Auteur: Brouwer, Theodorus
Uitgave: 's-Hertogenbosch: J.J. Arkesteyn en Zoon, 1838
Opmerking: Overdr. uit.: Catholijke Nederlandsche Stemmen ; 35-39
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 677 D 28
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204055
Onderwerp: Onderwijs: openbaar en bijzonder onderwijs
Trefwoord: Openbaar onderwijs, Religieuze aspecten, Nederland
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Gevaarlijke strekking van het openbaar onderwijs in Nederland
Vorige scan Volgende scanScanned page
— zi-
en aan onze jeugd mag ook niets anders ge»
leerd worden (1).
Ond^r de sciiuolboekjes, uitsluitend over ze-
dekunde tiandelende, verdient vooral om der-
zelver b^na algemeene invoering, > De Trap
der Jeugd," door dezelfde maatschappg uitge-
geven, onze aandacht.— Wilden wij afschrijven
al hetgeen hierin voorkomt, wat de goedkeu-
ring van Catholijken niet kun wegdragen , dan
zouden wi) het geheele werkje moeten overne-
men. — Oe beweegreden tot deugd is allerwe-
ge «igenbelang, — nergens vinden wij de ver-
hevene beweegredenen aangewezen, die het
Christendom ons voorstelt. > Eert uwe ouders."
— Dus wordt den kinderen voorgepraat en waar-
(I) Niets kan strijdiger zijn met het geloof der Ca-
tholijke Kerk , dan het denkbeeld van algemeen Chris-
tendom , 't welk de maatschappij tot zoo genaamd nut
van 't algemeen tracht te bevorderen. Hoe talrijk van
leden die maatschappij ook zijn moge, kan echter,dat
getal in geene vergelijking komen, met dat der Catho-
lijken in Nederland, en déze hebben toch wel als er-
kende Godsdienstgezindheid, hetzelfde regt voor de
aardsche wet als eene, onrerschilligheids-maatschappg.
Waarom wordt dan ook aan de Catholijken regtmatiga
vrijheid van onderwijs vóór hunne eigene kinderen ont-
zegd , terwijl men toelaat, dat de maatcehappij , die
zich noemt tot nut van 't algemeen zich met het on-
derwijs der kinderen van alle gezindheden bemoeit,
en op die wijze, hare gedrogtelijke onverschilligheids-
leer voortplant.' Kvi».